De percentages van 2026
- Standaard: 22% van de oorspronkelijke cataloguswaarde. Is de auto ouder dan vijftien jaar, dan vervangt de dagwaarde de cataloguswaarde. Voor auto’s die vóór 2017 voor het eerst op kenteken kwamen, is het 25%.
- Elektrisch: 18% over de eerste €30.000 cataloguswaarde. Over het deel daarboven is de bijtelling 22%. Bij een elektrische auto van €50.000 is de bijtelling dus €5.400 + €4.400 = €9.800 per jaar.
- Zestien jaar en ouder: 35% van de waarde in het economische verkeer (de dagwaarde). Voor 2027 stelt het kabinet een grens van 17 jaar voor en vanaf 2028 van 20 jaar (voorstel, het parlement beslist nog). Meer daarover lees je in de youngtimerregeling in 2027. Zie ook de youngtimerregeling voor de BV voor de volledige uitwerking.
De bijtelling is loon in natura. Je betaalt daarover inkomstenbelasting in box 1, bovenop je salaris, tegen het tarief van je hoogste schijf. Bij een inkomen als directeur-grootaandeelhouder (DGA) rond het gebruikelijk loon van €58.000 is dat 37,56%. Daarboven is het 49,5%.
Rekenvoorbeeld: wat privé rijden kost
Een benzineauto met een cataloguswaarde van €45.000 heeft een bijtelling van €9.900 per jaar. Tegen 37,56% is dat €3.718 belasting per jaar, ongeveer €310 per maand. Bij een loon rond €58.000 kost het in de praktijk meer. Je verliest dan ook een deel van je heffingskortingen en je betaalt zorgbijdrage over de bijtelling. Reken daarom met ongeveer €5.500 per jaar. Daartegenover betaalt de BV alle autokosten en trekt ze af: afschrijving, verzekering, onderhoud, brandstof of stroom en motorrijtuigenbelasting. De vergelijking met privé rijden en kilometers declareren lees je in auto van de zaak of privé.
Onder de 500 privékilometer: bijtelling op nul
Rijd je per jaar onder de 500 privékilometer, dan is de bijtelling nul. Dat geldt als je het vastlegt met een sluitende rittenregistratie. Je noteert daarvoor elke rit met datum, begin- en eindstand, adres en karakter (zakelijk of privé). Met een “Verklaring geen privégebruik auto” bij de Belastingdienst leg je formeel vast dat je hooguit 500 kilometer per jaar privé rijdt. Woon-werkverkeer is daarbij zakelijk.
De btw-correctie is een aparte post
Naast de bijtelling bij de loonheffing corrigeert de BV elk jaar de btw voor privégebruik. Het vaste percentage is 2,7% van de cataloguswaarde inclusief btw en bpm (belasting van personenauto’s en motorrijwielen). Vanaf het vijfde jaar na de eerste ingebruikname is het 1,5%. Voor een auto die onder de margeregeling is gekocht, is het ook 1,5%. De BV neemt deze correctie op in de laatste btw-aangifte van het jaar.
Holding of werkmaatschappij: waar zet je de auto?
Heb je een holding en een werkmaatschappij, dan kies je in welke BV je de auto onderbrengt. In de regel verwerk je de bijtelling in het salaris van de BV waar je in dienst bent. Dat is meestal de holding die je gebruikelijk loon betaalt. Heeft de werkmaatschappij de auto op naam, dan belast zij de kosten door aan de holding via de managementovereenkomst. Zij kan de auto ook ter beschikking stellen aan de holding als werkgever. Leg de afspraak vast in de administratie. Zo laat je loonstrook, facturen en btw op elkaar aansluiten. Hoe het geld tussen holding en werkmaatschappij wordt verrekend, lees je in DGA-salaris via de holding.
Welke keuze maak je in welke situatie?
Rijd je een nieuwe auto met veel privékilometers, reken dan met 22% (of 18% bij elektrisch). Zet de auto op de zaak als de totale autokosten hoog zijn. Rijd je weinig privé, dan kun je met een rittenregistratie de bijtelling op nul brengen. Rijd je graag een oudere auto, dan is een youngtimer vaak de voordeligste keuze. Alle actuele percentages vind je in belastingtarieven 2026.