Kort antwoord: in een holdingstructuur factureert je persoonlijke holding een managementfee aan de werk-BV. De holding betaal je vervolgens het gebruikelijk loon (norm 2026: €58.000, of het lagere afgesproken bedrag). Het verschil tussen fee en loon blijft als winst in de holding staan tegen 19% vpb en voedt daar je vermogensopbouw.
Hoe loopt het DGA-salaris via een holding?
| Stap | Geldstroom | Heffing 2026 |
|---|---|---|
| 1 | Werk-BV betaalt managementfee aan holding | Aftrekbaar in de werk-BV; belast in de holding (per saldo neutraal) |
| 2 | Holding verloont de DGA | Loonheffing + de Zorgverzekeringswet (ZVW); loon aftrekbaar in de holding |
| 3 | Winst werk-BV → dividend naar holding | 0% via de deelnemingsvrijstelling |
| 4 | Holding → privé: dividend of lening | 24,5% box 2, of 0% bij lenen tot €500.000 |
Hoe hoog moet de managementfee zijn?
Zakelijk: wat een onafhankelijke partij voor dezelfde diensten zou rekenen. In de praktijk dekt de fee het loon, de werkgeverslasten, een winstopslag en de kosten van de holding. Een gangbare bandbreedte ligt tussen €90.000 en €150.000 per fulltime DGA-rol, afhankelijk van functie en omzetverantwoordelijkheid. Leg de fee vast in een managementovereenkomst met een jaarlijkse indexatie — dat document draagt de zakelijkheid bij elke controle.
Rekenvoorbeeld 2026: fee €120.000, loon €58.000
| In de holding | Bedrag |
|---|---|
| Managementfee ontvangen | €120.000 |
| DGA-loon + werkgeverslasten | – €64.500 |
| Kosten holding (administratie, pensioen, advies) | – €5.500 |
| Winst holding | €50.000 |
| De vennootschapsbelasting (de vpb) 19% | – €9.500 |
| Jaarlijkse vermogensgroei in de holding | €40.500 |
Die €40.500 belegt de holding, financiert er de volgende deelneming mee, of leent het aan je privé uit — drie routes die het vermogen in eigen huis houden. Spreekt je in de groeifase bovendien een lager gebruikelijk loon af en dekt je privé-uitgaven via de lening van de eigen BV, dan blijft daar jaarlijks nog eens ±€18.000 – €20.000 aan heffing bovenop binnen de structuur.
Doorbetaaldloonregeling: één loonadministratie
Werkt je feitelijk voor de werk-BV, dan wijst de wet in beginsel díe vennootschap als inhoudingsplichtige aan. Met de doorbetaaldloonregeling verlegt je de volledige verloning naar de holding: één loonadministratie, één aangifte, en het gebruikelijk loon wordt op holdingniveau getoetst. Bij meerdere werk-BV’s onder één holding blijft het zo bij één loonstrook.
Btw op de managementfee
De fee is een belaste dienst: 21% btw op de factuur, die de werk-BV bij volledig belaste prestaties terugvraagt — per saldo een rondje. Vormen holding en werk-BV meerdere BV’s onder één aangifte (een fiscale eenheid) voor de btw, dan blijft de interne facturatie zelfs volledig buiten de btw. Of de btw-eenheid bij je situatie past, hangt af van aansprakelijkheid en de aftrekpositie; dat is een vast onderdeel van het schriftelijk advies.
Geldt het gebruikelijk loon per BV?
De toets geldt per vennootschap waarvoor je werkt, maar via de regeling voor salaris via één BV (de doorbetaaldloonregeling) volstaat één loon op holdingniveau dat alle rollen dekt. Bij twee DGA’s met elk een persoonlijke holding boven één werk-BV heeft ieder een eigen norm — en dus ook een eigen mogelijkheid tot de groeifase-afspraak. Zo houdt elke founder de eigen fiscale regie; de verdeling zelf staat uitgewerkt in wat is een holding en holding met werkmaatschappij.
De netto-uitkomst van het gekozen loon rekent je direct na op DGA-salaris berekenen 2026; de normbedragen van eerdere jaren staan in het gebruikelijkloonarchief.
Gebruikelijk salaris bij een holding
Met een holdingstructuur ben je in dienst van je holding, en de werkmaatschappij betaalt de holding een managementfee waaruit dat salaris wordt gedekt. Het gebruikelijk loon geldt daardoor één keer — €58.000 in 2026 — ook wanneer er meerdere werk-BV's onder de holding hangen. Wat €58.000 bruto netto oplevert, reken je na in DGA-salaris berekenen.
De combinatie die het verschil maakt
Voor een DGA in de groeifase bestaat er een route die twee regelingen netjes stapelt.
Stap 1: een lager gebruikelijk loon afspreken. Onderbouw bij de Belastingdienst dat de opbouwfase een lager salaris rechtvaardigt en leg dat vooraf vast. Het deel dat je mínder aan salaris opneemt, blijft als winst in de structuur — belast tegen 19% vennootschapsbelasting in plaats van tot 49,5% box 1.
Stap 2: privé lenen van je eigen BV. Heb je privé toch geld nodig, dan leen je het van je holding — tot €500.000 blijft dat buiten box 2, tegen een zakelijke rente en met een aflossingsafspraak op papier. Zo combineer je een laag belast salaris met volledige privé-bestedingsruimte.
Samen levert deze combinatie in de praktijk een voordeel op van €18.000 tot €20.000 per jaar ten opzichte van het volle salaris opnemen. Het is een route die je aanvraagt en vastlegt — de zekerheid vooraf is precies wat hem zo bruikbaar maakt. De spelregels van het lenen staan in lenen van je eigen BV en de grens van vijf ton in excessief lenen in 2026.
Verder optimaliseren
Dit artikel is één knop van een groter paneel. Het complete overzicht — de holdingroute, de salaris-dividendverhouding en de leenruimte, met de cijfers van 2026 — staat op belastingoptimalisatie.