1. Laag Vpb-tarief: 19% tot €200.000
De eerste €200.000 winst van een BV wordt belast tegen 19% vennootschapsbelasting. Daarboven is het tarief 25,8%. Ter vergelijking: een eenmanszaak betaalt tot 49,5% inkomstenbelasting.
2. Deelnemingsvrijstelling
Bij een holdingstructuur zijn dividenden en aandelenwinsten van dochter-BV's vrijgesteld van Vpb. Dit maakt het parkeren van winst in een holding fiscaalvriendelijk.
3. Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)
Een BV kan bij investeringen in bedrijfsmiddelen gebruik maken van de extra aftrek bij investeringen (de KIA). In 2026: 28% aftrek over investeringen tussen €2.901 en €71.683; van €71.684 tot €132.746 geldt een vast bedrag van €20.072.
4. Energie-investeringsaftrek (EIA) en Milieu-investeringsaftrek (MIA)
Bij investeringen in energiezuinige of milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen kan een BV profiteren van extra aftrekposten.
5. Innovatiebox
Voordelen uit zelf ontwikkelde immateriële activa (octrooien, software, kwekersrechten) worden belast tegen een effectief tarief van 9% in plaats van het normale Vpb-tarief. Dit is de innovatiebox (art. 12b Wet Vpb).
6. Fiscale eenheid Vpb
Als een holding en werkmaatschappij kwalificeren, kunnen zij meerdere BV’s onder één aangifte (een fiscale eenheid) vormen. Dit betekent dat verliezen van de ene BV verrekend worden met winsten van de andere.
Het fundament onder al deze voordelen is het vpb-tarief 2026; de persoonlijke laag erboven regelt je via het gebruikelijk loon DGA 2026.
De aangrenzende vragen
In het verlengde hiervan liggen Fiscale Eenheid BV en Bijtelling 2026.