Wat het nieuwe stelsel inhoudt
Nu betaal je in box 3 belasting over een forfaitair rendement, tegen 36%, boven de vrijstelling van €59.357 per persoon (2026). In het nieuwe stelsel betaal je belasting over je werkelijke rendement.
In het wetsvoorstel zoals de Tweede Kamer het aannam, is de hoofdregel een vermogensaanwasbelasting. Je betaalt dan jaarlijks belasting over de werkelijke inkomsten uit vermogen (rente, dividend, huur) plus de waardeontwikkeling van dat jaar, ook als je tussentijds vasthoudt. Werkelijke kosten en rente op schulden zijn aftrekbaar en verliezen zijn verrekenbaar. Het forfait en de peildatum-systematiek vervallen, en daarmee ook het verschil tussen papieren en echte rendementen. Het kabinet wil de jaarlijkse belasting over waardestijging veranderen. Volgens het voorstel van 29 september 2026 betaal je over de winst op beleggingen pas belasting als je verkoopt.
Voor vastgoed geldt een eigen regime, met een step-up
Volgens het wetsvoorstel, dat nog wet moet worden, geldt voor onroerend goed een vermogenswinstbelasting. Je betaalt jaarlijks belasting over de huurinkomsten, bij minimaal 90% verhuur en met aftrek van onderhoudskosten. Waardestijging reken je pas bij verkoop af. Er geldt een step-up. De waarde per 1 januari 2028 is je startpunt, dus alle waardegroei van vóór die datum is definitief onbelast. Voor onverhuurd vastgoed geldt een vastgoedbijtelling van 3,35% over de WOZ-waarde.
Gevolgen per soort vermogen
Spaarders met lage rentes gaan er flink op vooruit, want zij betalen straks over hun werkelijke, bescheiden rendement. Succesvolle beleggers betalen juist jaarlijks belasting over koerswinst, ook als die winst alleen op papier staat. Vastgoedbezitters vallen onder een gemengd (hybride) regime met kostenaftrek en uitgestelde winstbelasting. Plan daarom op tijd, ook al is de startdatum nog onzeker.
Stand van zaken: september 2026
De Eerste Kamer behandelde het voorstel op 30 juni 2026 en hield de stemming aan. Het kabinet kondigde een novelle aan met de verbeteringen uit de Kamerbrief van 19 juni. Die verbeteringen zijn onder meer één jaar achterwaartse verliesverrekening en geruisloos doorschuiven bij huwelijk en echtscheiding. Het kabinet noemde ook opties zoals een tarief van 35% en een heffingsvrij resultaat van €1.900. Op 14 september 2026 vroeg het kabinet de Eerste Kamer het voorstel aan te houden. Op Prinsjesdag bleef de novelle uit. Op 29 september 2026 koos het kabinet een nieuwe richting. Vanaf 2028 wil het de winst op beleggingen zoals aandelen, obligaties en opties pas belasten als je ze verkoopt. Voor vastgoed, zoals een tweede woning of een verhuurde woning, stond dat al vanaf 2028 in het wetsvoorstel. Voor de rest van het vermogen volgt die stap in 2030. Het kabinet past het wetsvoorstel daarvoor aan. Het moet nog wet worden. In 2027 geldt nog het stelsel met een aangenomen opbrengst (36%). Het Belastingplan noemt een vrijstelling van €60.098. Het kabinet stelt nu €30.846 voor. Op 2 oktober 2026 zei het kabinet dat kleine spaarders en beleggers worden ontzien. Nieuwe voorstellen voor box 3 worden in oktober 2026 verwacht.
Zeven stappen, nu tot en met 2028
1. Benut de tegenbewijsregeling vandaag al. Is je werkelijke rendement lager dan het forfait, dan kun je nu al afrekenen over je werkelijke rendement. Vanaf belastingjaar 2025 geef je dat op in je aangifte inkomstenbelasting; het formulier Opgaaf werkelijk rendement is voor 2024 en eerder. Zo bespaar je elk jaar tot de invoering belasting. Meer over de werking lees je in het artikel over de tegenbewijsregeling.
2. Gebruik de BV, zolang het forfait bestaat. Breng defensief vermogen onder in je (bestaande) holding. Daar betaal je belasting over het echte rendement, namelijk 19% vennootschapsbelasting tot €200.000. Tot en met 2027 is het verschil met het forfait het grootst. De volledige doorrekening lees je in het artikel over de spaargeld-BV.
3. Let op de peildata tot en met 2027. In box 3 geldt de stand van je vermogen op 1 januari. Je kunt je vermogen vóór die datum onderbrengen in de BV of gebruiken voor aflossing. Het bedrag waarover je belasting betaalt, is dan lager. Zolang het huidige stelsel geldt, kan dat elk jaar rond de jaarwisseling. De eerstvolgende peildatum is 1 januari 2027.
4. Leg vastgoedwaardes vast rond de invoering. Door de step-up is de waarde op die datum voor altijd je fiscale startpunt. Laat het vastgoed rond de invoering taxeren en bewaar de documentatie. Bij een verkoop, ook decennia later, reken je vanaf dat startpunt af.
5. Plan kosten en verliezen rond het nieuwe stelsel. Onder het forfait vallen kosten en verliezen fiscaal buiten de berekening. In het nieuwe stelsel zijn onderhoudskosten, beheerkosten en rente aftrekbaar en zijn verliezen verrekenbaar. Kan groot onderhoud wachten, plan het dan na de invoering.
6. Bepaal per object de verhuurgraad. Bij minimaal 90% verhuur betaal je straks belasting over de huurinkomsten, met kostenaftrek. Bij minder verhuur geldt de vastgoedbijtelling. Richt je je portefeuille nu daarop in, dan kies je zelf je regime.
7. Vergelijk box 3 en de BV per 2028 opnieuw. Na de invoering vergelijk je 36% over het werkelijke rendement in box 3 met de vennootschapsbelasting (VPB) in de BV, 19% over de eerste €200.000 winst en 25,8% daarboven, plus uitgestelde box 2. De uitkomst is voor elk profiel anders. Reken elk jaar opnieuw, zeker rond de overgang. Het volledige overzicht lees je in het jaarplan voor de DGA.
De tijdlijn
Op 14 september 2026 vroeg het kabinet de Eerste Kamer het wetsvoorstel aan te houden. De Eerste Kamer bespreekt dat op 5 oktober 2026 in een mondeling overleg. Op 29 september 2026 koos het kabinet een nieuwe richting: vanaf 2028 de winst op beleggingen pas belasten bij verkoop. Het past het wetsvoorstel daarvoor aan. Voor een start in 2028 moet de Eerste Kamer die aanpassing vóór 31 december 2026 aannemen. In 2027 geldt nog het huidige stelsel, met 1 januari 2027 als peildatum. De cijfers voor 2027 lees je in het Prinsjesdag-overzicht. Neem bij elk van die momenten op tijd een besluit.
Begeleiding bij de overgang
Voor vermogenden is de discussie over box 3 een goed moment om hun holdingstructuur en strategie te toetsen. Het kabinet koos op 29 september 2026 een richting, maar de wet moet er nog komen. Met Holdwise Private volgen we de behandeling in het parlement en passen de planning daarop aan. Maak kennis met Holdwise Private.
Primaire bronnen: Rijksoverheid (wetsvoorstel Wet werkelijk rendement) · Belastingdienst.