Vermogensregie

Wet Werkelijk Rendement Box 3 (2028): Wat Verandert en Zeven Stappen om Nu te Zetten

← Terug naar kennisbank
Bijgewerkt 7 oktober 2026 Holdwise redactie …
Box 3 op basis van het werkelijke rendement is de grootste belastinghervorming voor vermogenden in decennia. De Tweede Kamer nam de Wet werkelijk rendement box 3 aan op 12 februari 2026. De Eerste Kamer hield de stemming eind juni 2026 aan. De beloofde novelle bleef op Prinsjesdag uit. Het kabinet vroeg de Eerste Kamer op 14 september 2026 om het voorstel aan te houden. Op 29 september 2026 koos het kabinet een nieuwe richting. Vanaf 2028 wil het de winst op beleggingen zoals aandelen, obligaties en opties pas belasten als je ze verkoopt. Voor vastgoed, zoals een tweede woning of een verhuurde woning, stond dat al vanaf 2028 in het wetsvoorstel. Voor de rest van het vermogen volgt die stap in 2030. Het kabinet past het wetsvoorstel daarvoor aan. Het moet nog wet worden. In 2027 geldt nog het huidige stelsel. Gebruik je die jaren goed, dan verlaag je je belastingdruk. Bij Holdwise houden we dit antwoord bij. De stappen vind je verderop op deze pagina.

Wat het nieuwe stelsel inhoudt

Nu betaal je in box 3 belasting over een forfaitair rendement, tegen 36%, boven de vrijstelling van €59.357 per persoon (2026). In het nieuwe stelsel betaal je belasting over je werkelijke rendement.

In het wetsvoorstel zoals de Tweede Kamer het aannam, is de hoofdregel een vermogensaanwasbelasting. Je betaalt dan jaarlijks belasting over de werkelijke inkomsten uit vermogen (rente, dividend, huur) plus de waardeontwikkeling van dat jaar, ook als je tussentijds vasthoudt. Werkelijke kosten en rente op schulden zijn aftrekbaar en verliezen zijn verrekenbaar. Het forfait en de peildatum-systematiek vervallen, en daarmee ook het verschil tussen papieren en echte rendementen. Het kabinet wil de jaarlijkse belasting over waardestijging veranderen. Volgens het voorstel van 29 september 2026 betaal je over de winst op beleggingen pas belasting als je verkoopt.

Voor vastgoed geldt een eigen regime, met een step-up

Volgens het wetsvoorstel, dat nog wet moet worden, geldt voor onroerend goed een vermogenswinstbelasting. Je betaalt jaarlijks belasting over de huurinkomsten, bij minimaal 90% verhuur en met aftrek van onderhoudskosten. Waardestijging reken je pas bij verkoop af. Er geldt een step-up. De waarde per 1 januari 2028 is je startpunt, dus alle waardegroei van vóór die datum is definitief onbelast. Voor onverhuurd vastgoed geldt een vastgoedbijtelling van 3,35% over de WOZ-waarde.

Gevolgen per soort vermogen

Spaarders met lage rentes gaan er flink op vooruit, want zij betalen straks over hun werkelijke, bescheiden rendement. Succesvolle beleggers betalen juist jaarlijks belasting over koerswinst, ook als die winst alleen op papier staat. Vastgoedbezitters vallen onder een gemengd (hybride) regime met kostenaftrek en uitgestelde winstbelasting. Plan daarom op tijd, ook al is de startdatum nog onzeker.

Stand van zaken: september 2026

De Eerste Kamer behandelde het voorstel op 30 juni 2026 en hield de stemming aan. Het kabinet kondigde een novelle aan met de verbeteringen uit de Kamerbrief van 19 juni. Die verbeteringen zijn onder meer één jaar achterwaartse verliesverrekening en geruisloos doorschuiven bij huwelijk en echtscheiding. Het kabinet noemde ook opties zoals een tarief van 35% en een heffingsvrij resultaat van €1.900. Op 14 september 2026 vroeg het kabinet de Eerste Kamer het voorstel aan te houden. Op Prinsjesdag bleef de novelle uit. Op 29 september 2026 koos het kabinet een nieuwe richting. Vanaf 2028 wil het de winst op beleggingen zoals aandelen, obligaties en opties pas belasten als je ze verkoopt. Voor vastgoed, zoals een tweede woning of een verhuurde woning, stond dat al vanaf 2028 in het wetsvoorstel. Voor de rest van het vermogen volgt die stap in 2030. Het kabinet past het wetsvoorstel daarvoor aan. Het moet nog wet worden. In 2027 geldt nog het stelsel met een aangenomen opbrengst (36%). Het Belastingplan noemt een vrijstelling van €60.098. Het kabinet stelt nu €30.846 voor. Op 2 oktober 2026 zei het kabinet dat kleine spaarders en beleggers worden ontzien. Nieuwe voorstellen voor box 3 worden in oktober 2026 verwacht.

Zeven stappen, nu tot en met 2028

1. Benut de tegenbewijsregeling vandaag al. Is je werkelijke rendement lager dan het forfait, dan kun je nu al afrekenen over je werkelijke rendement. Vanaf belastingjaar 2025 geef je dat op in je aangifte inkomstenbelasting; het formulier Opgaaf werkelijk rendement is voor 2024 en eerder. Zo bespaar je elk jaar tot de invoering belasting. Meer over de werking lees je in het artikel over de tegenbewijsregeling.

2. Gebruik de BV, zolang het forfait bestaat. Breng defensief vermogen onder in je (bestaande) holding. Daar betaal je belasting over het echte rendement, namelijk 19% vennootschapsbelasting tot €200.000. Tot en met 2027 is het verschil met het forfait het grootst. De volledige doorrekening lees je in het artikel over de spaargeld-BV.

3. Let op de peildata tot en met 2027. In box 3 geldt de stand van je vermogen op 1 januari. Je kunt je vermogen vóór die datum onderbrengen in de BV of gebruiken voor aflossing. Het bedrag waarover je belasting betaalt, is dan lager. Zolang het huidige stelsel geldt, kan dat elk jaar rond de jaarwisseling. De eerstvolgende peildatum is 1 januari 2027.

4. Leg vastgoedwaardes vast rond de invoering. Door de step-up is de waarde op die datum voor altijd je fiscale startpunt. Laat het vastgoed rond de invoering taxeren en bewaar de documentatie. Bij een verkoop, ook decennia later, reken je vanaf dat startpunt af.

5. Plan kosten en verliezen rond het nieuwe stelsel. Onder het forfait vallen kosten en verliezen fiscaal buiten de berekening. In het nieuwe stelsel zijn onderhoudskosten, beheerkosten en rente aftrekbaar en zijn verliezen verrekenbaar. Kan groot onderhoud wachten, plan het dan na de invoering.

6. Bepaal per object de verhuurgraad. Bij minimaal 90% verhuur betaal je straks belasting over de huurinkomsten, met kostenaftrek. Bij minder verhuur geldt de vastgoedbijtelling. Richt je je portefeuille nu daarop in, dan kies je zelf je regime.

7. Vergelijk box 3 en de BV per 2028 opnieuw. Na de invoering vergelijk je 36% over het werkelijke rendement in box 3 met de vennootschapsbelasting (VPB) in de BV, 19% over de eerste €200.000 winst en 25,8% daarboven, plus uitgestelde box 2. De uitkomst is voor elk profiel anders. Reken elk jaar opnieuw, zeker rond de overgang. Het volledige overzicht lees je in het jaarplan voor de DGA.

De tijdlijn

Op 14 september 2026 vroeg het kabinet de Eerste Kamer het wetsvoorstel aan te houden. De Eerste Kamer bespreekt dat op 5 oktober 2026 in een mondeling overleg. Op 29 september 2026 koos het kabinet een nieuwe richting: vanaf 2028 de winst op beleggingen pas belasten bij verkoop. Het past het wetsvoorstel daarvoor aan. Voor een start in 2028 moet de Eerste Kamer die aanpassing vóór 31 december 2026 aannemen. In 2027 geldt nog het huidige stelsel, met 1 januari 2027 als peildatum. De cijfers voor 2027 lees je in het Prinsjesdag-overzicht. Neem bij elk van die momenten op tijd een besluit.

Begeleiding bij de overgang

Voor vermogenden is de discussie over box 3 een goed moment om hun holdingstructuur en strategie te toetsen. Het kabinet koos op 29 september 2026 een richting, maar de wet moet er nog komen. Met Holdwise Private volgen we de behandeling in het parlement en passen de planning daarop aan. Maak kennis met Holdwise Private.

Primaire bronnen: Rijksoverheid (wetsvoorstel Wet werkelijk rendement) · Belastingdienst.

Begrippen op deze pagina

Box 3
De box voor inkomen uit sparen en beleggen. De heffing gaat over een forfaitair rendement boven het heffingsvrij vermogen. Het kabinet wil vanaf 2028 de winst op beleggingen pas belasten als je verkoopt. Dat staat in een brief aan het parlement van 29 september 2026 en is nog een voorstel.
Box 2
De box voor inkomen uit aanmerkelijk belang: dividend en verkoopwinst op een aandelenbelang van vijf procent of meer. Er zijn twee schijven. De eerste schijf geldt per persoon. Het loont dus om uitkeringen te spreiden over jaren en over partners.
Holding
Een BV die aandelen houdt in andere vennootschappen. Door de deelnemingsvrijstelling ontvangt de holding winst en verkoopopbrengst belastingvrij. Daar is het vermogen beschermd en kun je het verder laten groeien.

Alle begrippen in de begrippenlijst →

Vrijblijvend advies

Wil je dat ons team meekijkt?

We helpen ondernemers hun vermogen te beschermen en te laten groeien via hun bedrijven. Vertel kort waar je staat of wat je van plan bent. Je krijgt vrijblijvend advies over je volgende stap.

Schuif het puzzelstukje in het gat Zo weten we dat je een mens bent.

Puzzel laden…

Vrijblijvend. Je gegevens gebruiken we alleen om je te antwoorden.

Veelgestelde vragen

Gaat de wet werkelijk rendement box 3 zeker door per 2028?

In deze vorm is het voorstel van tafel. De Tweede Kamer nam het voorstel aan op 12 februari 2026. Het kabinet vroeg de Eerste Kamer op 14 september 2026 om het voorstel aan te houden. Op 29 september 2026 koos het kabinet een nieuwe richting: vanaf 2028 betaal je over de winst op beleggingen pas belasting als je verkoopt. Het kabinet past het wetsvoorstel daarvoor aan. Dat moet nog wet worden. Voorbereiden blijft verstandig, want de tegenbewijsregeling en de BV kun je ook onder het huidige stelsel gebruiken.

Wat is een vermogensaanwasbelasting?

Een jaarlijkse belasting over de werkelijke inkomsten (rente, dividend, huur) plus de waardeontwikkeling van dat jaar. Je betaalt ook over waardestijging die alleen op papier staat (ongerealiseerde waardestijging). Kosten mag je aftrekken en verliezen kun je verrekenen.

Wat gebeurt er met vastgoed in box 3?

Volgens het wetsvoorstel, dat nog wet moet worden, geldt voor vastgoed een vermogenswinstbelasting. Je betaalt jaarlijks belasting over de huurinkomsten, met kostenaftrek. Waardestijging wordt pas bij verkoop belast. In het voorstel geldt een step-up op de startdatum van het nieuwe stelsel. Groei van daarvoor blijft dan onbelast.

Wat is de belangrijkste stap om nu te zetten?

Toets de tegenbewijsregeling voor de lopende jaren, reken de BV-aanpak door voor defensief vermogen en plan het step-up-dossier voor vastgoed. Met die drie stappen beïnvloed je hoeveel belasting je betaalt, voor en na 2028.

Bronnen   Belastingdienst · KVK · wetten.overheid.nl Laatst bijgewerkt: 7 oktober 2026
Holdwise Assistent
Kennis over ondernemen in Nederland · met de cijfers van 2026

Je chat met onze AI-assistent. Dit is een computerprogramma dat automatisch antwoordt. Laat een besluit over je eigen situatie door ons nakijken.