De stand van het wetsvoorstel
Stand 15 september 2026. Het kabinet heeft het pakket Belastingplan 2027 op Prinsjesdag, dinsdag 15 september 2026, bij de Tweede Kamer ingediend. De Tweede Kamer stemt dit najaar. De datum moet nog worden vastgesteld. De Eerste Kamer stemt naar verwachting in december 2026. Zie voor alle maatregelen en hun status Prinsjesdag 2026 en het Belastingplan 2027.
Op 19 mei 2025 ging het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 naar de Tweede Kamer. Op 12 februari 2026 nam de Tweede Kamer het aan. Sindsdien ligt het bij de Eerste Kamer. Eind februari kondigde het kabinet aan het voorstel te willen verbeteren. Op 19 juni 2026 schetste de staatssecretaris de opties. De beloofde novelle bleef op Prinsjesdag uit. Op 14 september 2026 vroeg het kabinet de Eerste Kamer de behandeling aan te houden. Op 29 september 2026 koos het kabinet voor een vermogenswinstbelasting: vanaf 2028 voor vastgoed en voor beleggingen zoals aandelen, obligaties en opties, vanaf 2030 voor de rest van het vermogen. Het kabinet past het wetsvoorstel daarvoor aan. Het is nog een voorstel.
Wat er in het nieuwe stelsel verandert
Het nieuwe stelsel belast het werkelijke rendement. Dat zijn rente, dividend en huur, plus de waardestijging van het vermogen. In het wetsvoorstel zoals de Tweede Kamer het aannam, geldt voor de meeste beleggingen de vermogensaanwasbenadering. U betaalt dan elk jaar belasting over de waardestijging, ook over ongerealiseerde koerswinst (winst op papier). Voor onroerend goed en aandelen in startups geldt de vermogenswinstbenadering. Daar rekent u af bij verkoop. Kosten zijn aftrekbaar en verliezen kunt u verrekenen. Beide onderdelen ontbreken in het huidige forfaitaire stelsel. De Tweede Kamer vroeg het kabinet bovendien per motie om achterwaartse verliesverrekening. De novelle bleef op Prinsjesdag uit. Op 29 september 2026 koos het kabinet voor een vermogenswinstbelasting, ook voor beleggingen. U betaalt dan pas belasting als u verkoopt. Hoe verliezen daarin worden verrekend, is nog onbekend.
Tot het nieuwe stelsel: het forfait als bovengrens
In 2026 en 2027 geldt het overbruggingsstelsel met forfaitaire rendementen per vermogenssoort, met daarbovenop de tegenbewijsregeling. Is uw werkelijke rendement lager dan het forfait, dan toont u dat aan. U rekent dan over het werkelijke rendement af. Het forfait blijft in alle gevallen de bovengrens. Sinds belastingjaar 2025 geeft u het werkelijke rendement direct in de aangifte op. Vooral spaarders, obligatiehouders en verhuurders met een laag rendement hebben daar voordeel van.
Wat u dit jaar nog kunt regelen
U kunt drie dingen doen. Benut de tegenbewijsregeling voor 2025 en 2026 als uw werkelijke rendement onder het forfait ligt. Bekijk opnieuw of u vermogen boven de vrijstelling van €59.357 per persoon privé wilt houden. Voor grotere vermogens kan een besloten vennootschap (BV) of een open fonds voordelig zijn. Dat geldt zeker nu box 2 twee tarieven heeft. Belegt u in aandelen van startups en scale-ups, dan krijgt u in het nieuwe stelsel een vermogenswinstregime. U rekent dan pas bij verkoop af. De details vindt u op de startup-regeling. Alle plannen leest u op Belastingplan 2027 voor de DGA.
Reken met de vermogensplanner 2027 uit wat de plannen betekenen voor salaris, dividend, winst in de BV en privévermogen in box 3. De uitkomsten voor 2026 en 2027 zijn naast elkaar te zien.