Kapitaal en agio
Formeel kapitaal is het bedrag op de aandelen zelf. Agio is alles wat je daarbovenop stort, terwijl de bestaande aandelen blijven zoals ze zijn. Bij een flex-BV is agio de gebruikelijke keuze. Een aandeelhoudersbesluit en een storting zijn genoeg. De statuten blijven gelijk. Een notaris is pas bij een latere kapitaalvermindering nodig. Beide vormen zijn fiscaal erkend gestort kapitaal. Daardoor kun je het later belastingvrij terughalen.
Storten in vier stappen
Stap één. Bepaal het bedrag en het doel. Denk aan defensief vermogen dat structureel uit box 3 gaat, met 1 januari als peildatum.
Stap twee. Leg de agiostorting vast in een schriftelijk aandeelhoudersbesluit, met bedrag, datum en de aanduiding als agio.
Stap drie. Maak het bedrag over naar de BV met een omschrijving die naar het besluit verwijst.
Stap vier. Verwerk de storting in de jaarrekening als agioreserve, gescheiden van de winstreserves.
Daarna betaalt de BV 19% vennootschapsbelasting over het werkelijke rendement, tot €200.000 winst.
Terughalen via kapitaalvermindering
Je krijgt gestort kapitaal, inclusief agio, belastingvrij terug met een formele kapitaalvermindering. Bij agio zet je het eerst om in aandelenkapitaal. Daarna verlaag je het kapitaal statutair met een notariële akte. Een uitkering tot het bedrag van het erkende gestorte kapitaal blijft dan buiten box 2. Winstreserves uitkeren is dividend. Daarover betaal je box 2-belasting (24,5% tot €68.843, daarboven 31%). Bij gestort kapitaal krijg je je eigen geld terug. Leg de formaliteiten bij het storten goed vast. Dan kun je het geld later terughalen.
Storten in de holding
Heb je een holding boven de werkmaatschappij, dan houd je privévermogen het best in de holding. Zo blijft het gescheiden van het ondernemersrisico en beheer je al je vermogen op één plek. Je stort dan rechtstreeks van privé naar de holding. Wil je flexibeler zijn, combineer de kapitaalstorting dan met een lening van je BV aan jezelf. Als DGA kun je tot €500.000 van je eigen BV lenen. Die lening valt buiten box 2. Samen met een passend gebruikelijk loon is dit een belangrijk onderdeel van de fiscale aanpak. We rekenen dit in elke holdingstructuur door.
Drie aandachtspunten
Vastlegging. Het besluit en de verwerking in de jaarrekening vormen samen het bewijs dat de storting agio is. Met dat bewijs kun je het later belastingvrij terughalen.
Timing. De peildatum van box 3 is 1 januari. Een storting in december geldt voor het hele jaar. Dezelfde storting in januari geldt pas voor het jaar erna.
Vermogensmix. De BV-optie loont het meest bij defensief rendement onder het box 3-forfait. Toets je keuze daarom elk jaar, naast de tegenbewijsregeling. Gebruik daarvoor de volledige berekening in het artikel over de spaargeld-BV. De box 3-calculator geeft een eerste indicatie.
Het nieuwe stelsel vanaf 2028
Vanaf 2028 wil het kabinet de winst op beleggingen zoals aandelen, obligaties en opties pas belasten als je ze verkoopt. Daardoor verandert de berekening, per profiel anders. De BV houdt ook dan voordelen. Je kunt de belasting in box 2 uitstellen. Je beheert al je vermogen in één entiteit. Die voordelen gelden los van het forfait. Let op: het kabinet stelt ook voor de leenruimte bij je eigen BV te verlagen, van €500.000 naar €100.000 in 2031. Dit staat in een brief aan het parlement van 29 september 2026 en moet nog wet worden. In 2027 wordt in box 3 nog belasting geheven over een aangenomen opbrengst (36%). Het Belastingplan noemt een vrijstelling van €60.098. Het kabinet stelt nu €30.846 voor. Op 2 oktober 2026 zei het kabinet dat kleine spaarders en beleggers worden ontzien. Nieuwe voorstellen voor box 3 worden in oktober 2026 verwacht. De stand van zaken lees je in het Prinsjesdag-overzicht en in het dossier over de Wet werkelijk rendement box 3.
Reken met de vermogensplanner 2027 uit wat de plannen betekenen voor salaris, dividend, winst in de BV en privévermogen in box 3. De uitkomsten voor 2026 en 2027 zijn naast elkaar te zien.