Het uitgangspunt: structuur bepaalt je belastingdruk
De grootste en meest succesvolle ondernemers betalen verhoudingsgewijs vaak weinig belasting over hun vermogen. Dat komt voort uit structuur: de manier waarop hun bedrijven, holdings en beleggingen op elkaar aansluiten. Dezelfde principes staan open voor elke ondernemer met een BV (besloten vennootschap).
Belastingdruk verlagen draait om drie hefbomen. De rechtsvorm en structuur bepalen welke tarieven van toepassing zijn. De verhouding tussen salaris en dividend bepaalt in welke box je inkomen valt. En timing bepaalt het moment waarop je winst realiseert en uitkeert. Holdwise brengt deze drie voor jouw situatie samen tot één plan.
De holding als fundament
Een holdingstructuur bestaat uit twee lagen: een holding-BV bovenaan en een of meer werkmaatschappijen daaronder. De werkmaatschappij draait de operatie, de holding houdt de aandelen en het vermogen. Deze opzet is het fundament onder vrijwel elke fiscaal efficiënte structuur in Nederland.
De motor erachter is de deelnemingsvrijstelling. Winst die je werkmaatschappij uitkeert aan de holding blijft daardoor volledig belastingvrij. Het vermogen groeit binnen de holding, en je bepaalt zelf het moment waarop je privé uitkeert — het moment waarop box 2 van toepassing wordt. Tot dat moment blijft je geld binnen de structuur aan het werk.
Een holding levert daarnaast bescherming op: het vermogen staat los van de risico’s in de werkmaatschappij. Verkoop je later je bedrijf, dan ontvangt de holding de opbrengst belastingvrij en herinvesteer je vanuit daar. Lees verder over wat een holding precies is, de deelnemingsvrijstelling en de voordelen van een holdingstructuur.
Salaris en dividend: de kern van je fiscale positie
Als directeur-grootaandeelhouder (DGA) bepaal je zelf hoe je jezelf beloont: via salaris of via dividend. Die keuze is de belangrijkste fiscale knop die je in handen hebt.
De gebruikelijkloonregeling hanteert in 2026 een richtbedrag van €58.000 voor het salaris van een DGA. Dat salaris valt in box 1. Wat de onderneming daarbovenop verdient, keer je uit als dividend, ná vennootschapsbelasting (VPB). De kunst zit in de verhouding tussen die twee — en in het richtbedrag zelf, want daar zit meer ruimte dan veel ondernemers vermoeden.
Het tweede deel — het dividend — doorloopt twee tarieven voordat het bij jou aankomt:
| Laag | Tarief 2026 |
|---|---|
| Vennootschapsbelasting (t/m €200.000 winst) | 19% |
| Vennootschapsbelasting (daarboven) | 25,8% |
| Box 2 — dividend t/m €68.843 (per persoon) | 24,5% |
| Box 2 — dividend daarboven | 31% |
| DGA gebruikelijk loon (box 1) | vanaf €58.000 |
Je gebruikelijk loon verlagen in een groeifase
Het richtbedrag van €58.000 ligt vast als uitgangspunt, en tegelijk biedt de regeling ruimte. In een groei- of opstartfase spreek je met de Belastingdienst een lager gebruikelijk loon af, voor een aantal jaren. Daarmee houd je het kapitaal in je bedrijf — precies op het moment dat je elke euro wilt inzetten voor groei.
Het effect is direct. Van een salaris van €58.000 gaat ongeveer €18.000 per jaar af aan belasting en premies. Je houdt grofweg €40.000 netto over, zo’n €3.300 per maand. Spreek je een lager loon af, dan blijft het verschil beschikbaar: in je onderneming, aan het werk voor je groei.
Een lager loon werkt dubbel in je voordeel, dankzij de heffingskortingen. De algemene heffingskorting (€3.115 in 2026) blijft volledig staan tot een inkomen van €29.736, en samen met de arbeidskorting vangen ze het grootste deel van de belasting op. Een salaris rond €20.000 à €24.000 wordt daardoor nog maar enkele procenten belast — je houdt er vrijwel alles van over. Hoe lager het loon, hoe groter het deel dat de kortingen voor hun rekening nemen.
Lenen om van te leven
Een lager salaris roept één vraag op: waar leef je dan van? Een deel van het antwoord zit in je eigen BV. Naast je salaris leen je geld van je vennootschap voor je privé-uitgaven. De wet biedt hiervoor ruimte tot €500.000 per persoon, de grens uit de regeling voor excessief lenen. Binnen die grens neem je liquiditeit op terwijl je vermogen in de onderneming aan het werk blijft.
Twee voorwaarden maken dit solide. Het lagere gebruikelijk loon spreek je af op basis van de situatie van je bedrijf, in overleg met de Belastingdienst — passend bij een groei- of opstartfase waarin je herinvesteert. En de lening is een echte lening: vastgelegd op papier, met rente, en met zicht op aflossing, bijvoorbeeld uit dividend zodra je bedrijf verder gegroeid is. Zo opgezet houdt het stand, en blijft het geld van je bedrijf beschikbaar voor groei terwijl je zelf het moment van afrekenen bepaalt. Holdwise zet beide zorgvuldig op. Lees verder over lenen van je BV, excessief lenen in 2026 en de rekening-courant.
De optimale mix hangt af van je winstniveau, je privé-uitgaven en je plannen op lange termijn. Verdiep je in het DGA-salaris in 2026, de regels rond het gebruikelijk loon, en hoe je dividend uitkeert uit je BV en de bijbehorende dividendbelasting werkt.
Vermogen benutten in plaats van uitkeren
Zodra vermogen zich opbouwt binnen je holding, ontstaat een vraag: hoe benut je dat geld terwijl je de uitkering — en daarmee box 2 — uitstelt? Het antwoord van vermogende ondernemers wereldwijd is consistent: ze lenen tegen hun vermogen en laten het belegd blijven.
Een effectenkrediet of lombardlening laat je liquiditeit opnemen tegen je beleggingsportefeuille, terwijl het vermogen belegd blijft en blijft renderen. Je houdt het rendement én de regie, en je kiest zelf het moment van een eventuele uitkering. De wet kent hierbij een grens: de regeling voor excessief lenen stelt een drempel van €500.000 per persoon voor leningen van je eigen BV, waarbinnen je ruimte houdt.
Werk je met meerdere vennootschappen, dan verloopt veel van dit verkeer via interne leningen. De spelregels daarvoor staan in lenen van je BV, excessief lenen in 2026, de rekening-courant en in onze gids over intercompany-leningen.
Timing en realisatie
Het laatste deel van de puzzel is wanneer je winst en vermogen realiseert. Hier liggen veel van de concrete besparingen, omdat je zelf het tempo bepaalt.
- Dividend spreiden. Box 2 kent twee schijven: 24,5% tot €68.843 en 31% daarboven, per persoon. Door uitkeringen over jaren en over fiscale partners te verdelen, blijf je vaker in de eerste schijf.
- Winst binnen de holding houden. Tot je uitkeert, groeit het vermogen tegen het bedrijfstarief. Uitstel is daarmee een hefboom op zichzelf.
- Verkoop en overdracht. Verkoop je je bedrijf of draag je het over, dan bepaalt de structuur hoeveel je netto overhoudt. Zie bedrijf verkopen via een BV, aandelen verkopen en overdracht aan je kind via de bedrijfsopvolgingsregeling.
- Pensioen. Vermogen in de holding vormt vaak je belangrijkste oudedagsvoorziening. Lees over DGA-pensioen in eigen beheer.
Verdieping per onderwerp
De volledige kennisbank rond belastingdruk verlagen en vermogensgroei, geordend per thema:
Structuur & holding
Salaris & dividend
Lenen & vermogen
Vermogensstrategie
Zo werkt Holdwise
Wij brengen je fiscale positie in kaart en vertalen die naar een concreet plan. Waar we naar kijken:
- Welke structuur en rechtsvorm passen bij je situatie en omzet.
- De verhouding tussen salaris en dividend die voor jou het meeste oplevert.
- De timing: wat je nu regelt en wat later, met ruimte en zekerheid.
- Documentatie die klopt, zodat de structuur staat als het erop aankomt.
Je ontvangt een helder plan met prioriteiten, scenario’s voor verschillende groeipaden, en concrete acties met het grootste effect. Een intakegesprek is kosteloos.