Van 2025 naar 2026. Het gebruikelijk loon steeg van €56.000 naar €58.000. Dat is €2.000 bruto per jaar meer. Reken je nog met de cijfers van 2025? De actuele berekening vind je bij DGA-salaris 2026. De verwachting voor volgend jaar lees je bij DGA-salaris 2027. In de opstartfase mag je loon lager zijn, als de BV te weinig middelen heeft voor het volledige loon (hooguit drie jaar). Meer hierover lees je in DGA-salaris via de holding.
De gebruikelijkloonnorm per jaar (2019 tot en met 2026)
| Jaar | Normbedrag | Bijzonderheid |
|---|---|---|
| 2019 | €45.000 | Doelmatigheidsmarge 25% van toepassing |
| 2020 | €46.000 | Doelmatigheidsmarge 25% van toepassing |
| 2021 | €47.000 | Doelmatigheidsmarge 25% van toepassing |
| 2022 | €48.000 | Laatste jaar met doelmatigheidsmarge |
| 2023 | €51.000 | Doelmatigheidsmarge afgeschaft |
| 2024 | €56.000 | Forse indexatie |
| 2025 | €56.000 | Norm gelijk gebleven |
| 2026 | €58.000 | Actuele norm |
De norm is het uitgangspunt. Voor het werkelijke gebruikelijk loon kijk je naar de meest vergelijkbare dienstbetrekking en naar het loon van de meestverdienende werknemer. De actuele regels en de drie manieren om tot een passend loon te komen lees je in gebruikelijk loon DGA 2026.
Waarom heb je oude normbedragen nog nodig?
De Belastingdienst kan tot vijf jaar terug navorderen. Bij een boekenonderzoek over 2022 geldt dus de norm van 2022 (€48.000, met doelmatigheidsmarge). Bij een correctie over 2024 geldt de €56.000 van dat jaar. Ook om te controleren of je eigen loon de norm heeft gevolgd, gebruik je de tabel per jaar.
Waarom steeg de norm in 2023 en 2024?
Per 2023 schafte de wetgever de doelmatigheidsmarge af. Dat was de grootste wijziging in het stelsel. Tot en met 2022 mocht het DGA-loon 25% onder het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking liggen. Vanaf 2023 geldt dat vergelijkingsloon volledig. Voor veel DGA’s (eigenaar-werknemers van een eigen BV) steeg het verplichte loon daardoor sterker dan het normbedrag. In 2024 volgde een forse indexatie, van €51.000 naar €56.000. In 2026 is de norm €58.000. Dat is €13.000 meer dan in 2019.
Wanneer een lager loon mag
In de opstartfase mag je gebruikelijk loon lager zijn, als je BV te weinig middelen heeft om het te betalen (hooguit drie jaar). Dat mag ook bij structureel verlies dat het voortbestaan van je BV bedreigt. Dat moet je kunnen aantonen. Combineer dat met een lening van je eigen BV. Een lening tot €500.000 valt buiten box 2, en daarmee betaal je je privé-uitgaven. De winst blijft ondertussen in je BV, en die betaalt daarover 19% vennootschapsbelasting. Het lagere loon levert de besparing op. Met €36.000 houd je ongeveer €7.100 per jaar meer over dan met €58.000. Keer je dat later uit als dividend, dan blijft er ongeveer €2.800 van over. De lening geeft je geld om te gebruiken. De besparing komt alleen uit het lagere loon. Reken het uit met je eigen cijfers. Je regelt het via de loonadministratie van je BV en met een zakelijke leningsovereenkomst. Een goedkeuring vooraf is vrijwillig. Met vooroverleg vraag je de Belastingdienst vooraf om zekerheid. Dien dat verzoek vroeg in het jaar in. De volledige aanpak lees je in DGA-salaris verlagen. De netto-uitkomst van elk loonniveau reken je na in DGA-salaris berekenen 2026.
Laatst gecontroleerd: 19 juli 2026. Bron: Belastingdienst · Wet op de loonbelasting 1964, art. 12a.