De rekensom bij €58.000
Het gebruikelijk loon valt in box 1. Over de eerste €38.883 betaalt u in 2026 35,75%. Over het deel daarboven tot €78.426 betaalt u 37,56%. Bij €58.000 is de belasting daarmee €21.081. Daar trekt u twee kortingen vanaf. De algemene heffingskorting is €1.307 (maximaal €3.115, afgebouwd met 6,398% boven €29.736). De arbeidskorting is €4.877 (maximaal €5.685, afgebouwd met 6,51% boven €45.592).
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Bruto jaarloon | €58.000 |
| Belasting box 1 (schijf 1 + 2) | €21.081 |
| Algemene heffingskorting | €1.307 korting |
| Arbeidskorting | €4.877 korting |
| Netto per jaar, na zorgbijdrage (€2.813) | €40.290 |
| Netto per maand | ± €3.357 |
De loonheffingstabellen ronden per tijdvak af, dus de loonstrook kan enkele euro’s afwijken. Bij de jaaraangifte wordt dat verschil rechtgezet.
De bruto-nettotabel 2026 voor de DGA
| Bruto jaarloon | Netto per jaar na zorgbijdrage | Netto per maand | Effectieve druk |
|---|---|---|---|
| €45.000 | €34.431 | ± €2.869 | 23,5% |
| €58.000 (norm) | €40.290 | ± €3.357 | 30,5% |
| €75.000 | €47.886 | ± €3.990 | 36,2% |
| €100.000 | €58.860 | ± €4.905 | 41,1% |
Over elke euro boven de €45.592 betaalt u het schijftarief. Daarnaast verliest u 6,51% arbeidskorting en 6,398% algemene heffingskorting. In dat deel van het loon betaalt u daardoor over elke extra euro ongeveer 50%. Boven €78.426 is de algemene heffingskorting op. De arbeidskorting daalt nog door tot €132.920. Tot dat bedrag betaalt u over elke extra euro ongeveer 56%.
Denk aan de bijdrage voor de zorgverzekering (ZVW)
Naast de loonheffing betaalt de DGA de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (ZVW). Die is 4,85% over het loon tot €79.409. Bij €58.000 is dat €2.813 per jaar. Die bijdrage gaat nog van uw nettoloon af. De bedragen in de tabellen zijn inclusief deze bijdrage.
Wanneer een lager loon mag
Het gebruikelijk loon kan per situatie verschillen. Uw loon mag lager zijn dan de norm van €58.000 als de BV in de opstartfase te weinig middelen heeft om het te betalen. Dat mag hooguit drie jaar. U onderbouwt dat met de cijfers van de onderneming. Bij een middelhoog loon bespaart u per €10.000 minder loon zo’n €5.000 aan heffing en premies per jaar. Over het verschil betaalt de vennootschap 19% vennootschapsbelasting. U kunt daarnaast tot €500.000 uit de eigen BV lenen voor privébestedingen. Het lagere loon levert de besparing op. Met €36.000 houdt u ongeveer €7.100 per jaar meer over dan met €58.000. Keert u dat later uit als dividend, dan blijft er ongeveer €2.800 van over. De lening geeft u geld om te gebruiken. De besparing komt alleen uit het lagere loon. Reken het uit met uw eigen cijfers. Wilt u vooraf zekerheid, vraag dan op tijd vooroverleg aan bij de Belastingdienst. Wanneer een lager loon mag, leest u op het gebruikelijk loon 2026. Meer over de bredere aanpak vindt u op DGA-belastingdruk verlagen.
Wat er in 2027 verandert
Het kabinet past de schijven in 2027 en 2028 maar gedeeltelijk aan voor inflatie, door de aangekondigde vrijheidsbijdrage. U houdt van hetzelfde brutoloon daardoor netto iets minder over. Wat het Belastingplan 2027 verandert, leest u op de vrijheidsbijdrage en Belastingplan 2027 voor de DGA. Uw eigen situatie rekent u door met de quickscan.