Manier 1: het gebruikelijk loon passend vaststellen
Voor 2026 is het uitgangspunt een gebruikelijk loon van €58.000. Dat is het salaris dat je jezelf als eigenaar minimaal betaalt. Je betaalt daarover belasting in box 1, tot 49,5%. In bepaalde gevallen mag het loon lager zijn. Heeft de BV in de opstartfase te weinig middelen voor het loon, dan mag het lager zijn, hooguit drie jaar. Dat mag ook bij structureel verlies dat het voortbestaan bedreigt. Met vooroverleg krijg je vooraf zekerheid over dat lagere loon. Het lagere loon moet passen bij wat de BV nu kan betalen. Loon dat je zo minder uitbetaalt, blijft in de BV, je eigen vennootschap. Daarover betaalt de BV 19%. Betaal je het loon wel uit, dan betaal je er privé loonheffing over. Leg je onderbouwing vast in je dossier.
Manier 2: winst laten renderen in de holding
Winst boven het loon blijft in de BV, waar je 19% tot €200.000 betaalt. Zet je een holding boven de BV, dan is die winst via de deelnemingsvrijstelling onbelast in de holding. Daar is het geld beschermd tegen het risico van de onderneming. Je kunt het gebruiken voor een volgende investering, zoals beleggingen, vastgoed of een tweede onderneming. De tweede heffing betaal je pas als je zelf uitkeert. Dat is box 2, 24,5% tot €68.843 per persoon. Het moment van uitkeren kies je zelf. Verdeel je uitkeringen rond de schijfgrens, dan betaal je elk jaar duizenden euro’s minder belasting. Wat een holding kost en oplevert, lees je in holding oprichten in 2026.
Manier 3: lenen van de eigen BV tot €500.000
Wil je privé leven van winst die nog in de BV is, dan kun je lenen. Een DGA kan tot €500.000 lenen van de eigen BV. Blijf je onder die grens, dan valt de lening buiten box 2. Dat geldt als je zakelijke voorwaarden afspreekt en de lening schriftelijk vastlegt. Zo betaal je privé-uitgaven uit vermogen dat de BV al tegen 19% heeft belast. De lening zelf is belastingneutraal. De grens geldt samen met je partner. Eigenwoningleningen vallen onder voorwaarden buiten de grens.
Wat de drie manieren samen opleveren
Het lagere loon levert de besparing op. Met €36.000 houd je ongeveer €7.100 per jaar meer over dan met €58.000. Keer je dat later uit als dividend, dan blijft er ongeveer €2.800 van over. De lening geeft je geld om te gebruiken. De besparing komt alleen uit het lagere loon. Reken het uit met je eigen cijfers. Je combineert dan een passend loon, winst die in de holding rendeert en lenen voor privé-uitgaven. Je bank, je klanten en je dagelijks leven blijven in Nederland. Het omslagpunt tussen aanhouden en uitkeren vind je bij de Holdwise Drempel. Wil je liever eerst rekenen, begin dan bij de dividendbelasting van 2026.
Voor de volledigheid
Dit is algemene uitleg. De beste combinatie hangt af van je winst, je privébehoefte en je plannen. Voor een lager loon en voor de lening heb je vooraf een schriftelijke onderbouwing nodig. Met vooroverleg krijg je van de Belastingdienst zekerheid over het loon. We verzorgen dat werk voor DGA’s.