Wat is er veranderd voor DGA-pensioen?
Drie grote wijzigingen sinds 2017:
- Pensioen in eigen beheer afgeschaft: nieuwe opbouw is per 1 juli 2017 gestopt.
- Bestaande reserves konden worden:
- Afgekocht (met fiscale korting tot 2019).
- Omgezet in een ODV (oudedagsverplichting).
- Premievrij gemaakt (minder gebruikelijk).
- Wet toekomst pensioenen (1 juli 2023): nieuwe regels voor werknemerspensioenen. Die hebben ook gevolgen voor de keuzes van een DGA.
Vier opties voor DGA-pensioen in 2026
Optie 1: Lijfrente in privé
Dit is de meest gebruikte optie. De DGA stort jaarlijks de jaarruimte in een pensioenpotje bij een bank of verzekeraar (een lijfrente).
- Belastingvoordeel: premie aftrekbaar in box 1.
- Maximum jaarruimte 2026: €35.589.
- Reserveringsruimte: tot 10 jaar terug inhalen, max €42.753.
- Uitkering: belast als inkomen vanaf pensioendatum.
Optie 2: Vermogen opbouwen in de holding
Sinds eigen beheer is afgeschaft, gebruiken veel DGA’s de holding om pensioenvermogen op te bouwen.
- De werk-BV keert dividend uit aan de holding. Dat is belastingvrij door de deelnemingsvrijstelling.
- De holding belegt het vermogen. Over de winst betaalt de holding 19% vennootschapsbelasting, tot en met €200k.
- Op je pensioendatum keert de holding dividend aan je uit. Daarover betaal je belasting in box 2: 24,5% tot en met €68.843 en 31% daarboven.
- Het effectieve tarief op vermogen in de holding is samen ongeveer 39% tot 49%, afhankelijk van de schijven in de vennootschapsbelasting en box 2. Dat is vergelijkbaar met box 1 op pensioenleeftijd.
Voordelen ten opzichte van privé-vermogen in box 3:
- Vrij van jaarlijkse box 3-heffing op groei van het vermogen.
- Je bepaalt zelf hoe je het vermogen belegt.
- Bij overlijden krijgen je erfgenamen de aandelen. De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) geldt daarbij alleen voor het deel dat bij je onderneming hoort. Beleggingen vallen erbuiten.
Optie 3: oudedagsverplichting (ODV)
Deze optie is er voor DGA’s die in 2017-2019 hun pensioen in eigen beheer hebben omgezet in een ODV. Dit zijn de regels:
- De bestaande reserve wordt elk jaar verhoogd met het U-rendement.
- Vanaf de pensioendatum moet de ODV in 20 jaar worden uitgekeerd. Die datum mag maximaal 5 jaar vóór de AOW-leeftijd liggen.
- De uitkering is belast als inkomen in box 1.
- Nieuwe stortingen zijn gestopt. Alleen de jaarlijkse rente wordt er nog bij opgeteld.
Optie 4: Combinatie
De meeste DGA's combineren beide. Met een lijfrente in privé benutten ze de jaarruimte volledig. Wat daarboven overblijft, bouwen ze op als vermogen in de holding.
Rekenvoorbeeld: DGA met €100.000 winst per jaar
Edith is DGA en heeft een werk-BV met €100.000 winst.
Stap 1: DGA-salaris
Het minimale DGA-salaris is in 2026 €58.000. Edith neemt €65.000 salaris, waarover loonheffing wordt ingehouden. In de BV blijft €35.000 over.
Stap 2: vennootschapsbelasting (VPB) op winst BV
De BV betaalt 19% vennootschapsbelasting over €35.000. Dat is €6.650. In de BV blijft €28.350 over.
Stap 3: Dividend uit BV naar holding
De werk-BV keert €28.350 dividend uit aan de holding. De holding betaalt daarover 0% belasting, door de deelnemingsvrijstelling. Die vrijstelling geldt voor dividend en verkoopwinst uit een dochter-BV.
Stap 4: Edith stort lijfrente
Bij haar salaris van €65.000 is haar jaarruimte circa €13.750. Dat bedrag trekt ze af in box 1, tegen 37,56%. Haar belastingvoordeel is dan circa €5.160.
Stap 5: Resterend vermogen in holding
De holding belegt €28.350 voor het pensioen. Bij een rendement van 5% per jaar is dat na 25 jaar circa €96.000.
Pensioendatum: hoe en wanneer uitkeren?
Mogelijkheden:
- Lijfrente: je laat de uitkering ingaan wanneer je wilt, uiterlijk 5 jaar na het jaar waarin je de AOW-leeftijd bereikt. Je kiest een tijdelijke uitkering (5-20 jaar) of een levenslange.
- Holding-dividend: Edith laat dividend uitkeren wanneer ze wil. Dat is belast in box 2.
- ODV: de BV moet de ODV in 20 jaar uitkeren, vanaf de pensioendatum.
Belasting op pensioenleeftijd
Pensioenuitkeringen worden lager belast dan inkomen tijdens je werkzame leven:
- In 2026 is het tarief in de eerste schijf van box 1 voor AOW-gerechtigden 17,85%. Voor werkenden is dat 35,75%.
- Als AOW-gerechtigde kun je ook de ouderenkorting krijgen.
- Vanaf je AOW-leeftijd vervalt de AOW-premie.
Stel, je krijgt een lijfrente van €5.000 per maand. Op pensioenleeftijd betaal je daarover effectief circa 25-30% belasting. Bij het storten kreeg je aftrek tegen effectief 35-50%. Dat verschil is je belastingvoordeel.
Een DGA met een holding heeft veel meer vrijheid dan een werknemer met een pensioenregeling. Je bepaalt zelf wanneer en hoeveel je uitkeert, binnen de fiscale grenzen. Bij overlijden kunnen je erfgenamen het deel van de aandelen dat bij je onderneming hoort mogelijk belastingvrij krijgen, met de regeling voor bedrijfsoverdracht binnen de familie (de BOR). Beleggingen vallen daarbuiten.
Tips voor je pensioen als DGA
1. Benut je jaarruimte voor lijfrente volledig
Als DGA bepaal je zelf je salaris. Kies je bijvoorbeeld een salaris iets boven het minimum, dan krijg je meer jaarruimte. Reken per situatie uit hoeveel voordeel je dan hebt.
2. Houd holding en werk-BV gescheiden
Pensioenvermogen in de holding is beschermd als de werk-BV failliet gaat. Houd risicovolle activiteiten in de werk-BV en veilig vermogen in de holding.
3. Plan de verkoop van je bedrijf
Verkoopt de holding de werk-BV, dan is de verkoopwinst belastingvrij door de deelnemingsvrijstelling. Dat is vaak een goed moment om pensioenvermogen op te bouwen.
4. Vergelijk box 2 (holding) met box 3 (privé)
Box 3 wordt steeds zwaarder belast. Vermogen in de holding wordt daardoor aantrekkelijker dan vermogen in privé. Vergelijk wel per situatie. Bij kleine bedragen kan box 3 na de vrijstelling nog gunstiger zijn.
De plicht om de ODV af te wikkelen
Heb je als DGA een ODV, dan moet die binnen 20 jaar na de pensioendatum zijn uitgekeerd. Wacht je te lang, dan kun je in fiscale problemen komen. Plan de uitkering daarom op tijd.
Nog meer hierover
Zie ook Lijfrente en jaarruimte voor zzp’ers 2026, Uitstel van betaling en DGA-pensioen in eigen beheer.