De vergelijking in cijfers. Privé betaal je in 2026 in box 3 36% over een forfaitair rendement van 6% op beleggingen. Dat is elk jaar 2,16% van je vermogen boven de vrijstelling van €59.357 per persoon. Dat bedrag betaal je ongeacht je werkelijke resultaat. Alleen bij een lager werkelijk rendement kun je tegenbewijs leveren. In de BV geldt 19% vennootschapsbelasting (de vpb) over het wérkelijke rendement, tot €200.000 winst. Box 2 betaal je pas als je uitkeert. Bij bescheiden of wisselende rendementen en een lange horizon is de BV bijna altijd gunstiger voor je liquiditeit. Bij structureel hoge rendementen kan privé aantrekkelijk blijven, omdat je dan alleen belasting betaalt over het forfait van 6%.
Box 3 in 2026
Voor overige bezittingen, zoals aandelen, fondsen, vastgoed en vorderingen, is het forfait voor 2026 definitief vastgesteld op 6%. Het tarief blijft 36%. Boven de vrijstelling van €59.357, of €118.714 met partner, betaal je dus elk jaar 2,16% van de waarde. Dat geldt ook in een jaar waarin de beurs daalt. Is je werkelijke rendement aantoonbaar lager dan het forfait? Dan kun je via de tegenbewijsregeling over dat lagere rendement afrekenen.
Beleggen in de BV
In de vennootschap is alleen het werkelijke resultaat belast. Het tarief is 19% vpb tot €200.000 winst en 25,8% daarboven. Is het rendement nul, dan is de heffing ook nul. Box 2 (24,5% of 31%) betaal je pas als de BV uitkeert. Dat moment kies je zelf. Je kunt uitkeringen spreiden, met je partner delen of wachten tot je verkoopt of emigreert. Door dat uitstel heb je ook rendement op belasting die je pas later betaalt.
Rekenvoorbeeld: €200.000, tien jaar, 6% rendement
Privé, als alleenstaande, betaal je elk jaar box 3 over de waarde boven €59.357. Na tien jaar heb je dan circa €307.000. In de BV geldt elk jaar 19% over het rendement. Na tien jaar heeft de vennootschap dan circa €321.000. Keer je alles uit, dan houd je na box 2 privé circa €288.000 over. Laat je het vermogen in de BV, dan is de BV gunstiger. Haal je alles naar privé, dan is vooral de belasting bij de uitkering aan het eind belangrijk. Wat voor jou het best is, hangt dus af van je planning.
Wanneer is welke keuze gunstiger?
De BV is gunstiger als het vermogen al in de onderneming aanwezig is. Dat geldt ook bij wisselende of bescheiden rendementen, en als je het geld lange tijd privé kunt missen. De BV is ook gunstiger als je de uitkering kunt spreiden over de eerste schijf. Privé beleggen is gunstiger als je vermogen onder of rond de vrijstelling ligt. Dat geldt ook bij structureel hoge rendementen, omdat je dan alleen over het forfait betaalt. Hetzelfde geldt als je het geld binnen enkele jaren privé nodig hebt. Voor vastgoed gelden eigen regels. Zie vastgoed in de BV.
Vooruitblik: box 3 vanaf 2028
Vanaf 2028 wil het kabinet de winst op beleggingen zoals aandelen, obligaties en opties pas belasten als je ze verkoopt. Dat staat in een brief aan het parlement van 29 september 2026 en is nog een voorstel. Gaat het door, dan verandert de vergelijking, want het forfait vervalt dan voor die beleggingen. Voor de BV blijft alles gelijk. De BV betaalt 19% vpb over het echte resultaat, en box 2 betaal je pas bij uitkering, net als nu. Hoe de hervorming eruitziet, lees je in de complete gids over de Wet werkelijk rendement. Daar lees je ook welke stappen je nu al kunt zetten.
Waar jóuw omslagpunt ligt, hangt af van je bedragen, je rendement en je horizon. In een schriftelijk advies rekenen we beide varianten door met jouw cijfers, inclusief het moment van uitkeren.
Meer uitleg
Zie ook Spaargeld-BV in 2026 en Vermogen naar je BV verplaatsen.