De regels voor lenen van je BV
Leningen tussen de DGA en zijn BV zijn toegestaan, in beide richtingen. Ze moeten wel zakelijk zijn:
- Je legt de lening schriftelijk vast in een leningsovereenkomst.
- Je rekent een zakelijke, marktconforme rente.
- Je maakt afspraken over aflossing, behalve bij een rekening-courant.
- De BV kan het geld missen en houdt genoeg over om haar rekeningen te betalen.
Excessief lenen: de grens van €500.000
Heb je op 31 december meer dan €500.000 schuld aan je BV, dan wordt het bedrag daarboven belast als inkomen in box 2 (aanmerkelijk belang). Alleen de schuld op die datum telt. Dat geldt voor leningen aan de eigenaar-werknemer van een eigen BV (de DGA), aan zijn fiscaal partner en aan bloed- en aanverwanten in de rechte lijn (zoals een kind). Een eigenwoningschuld bij je BV valt buiten de €500.000-grens als die voldoet aan de fiscale regels voor renteaftrek. Is de schuld na 2022 ontstaan, dan moet de BV ook een recht van hypotheek op je woning hebben. Ontbreekt dat recht, dan telt de schuld wel mee. Op 29 september 2026 stelde het kabinet voor de grens stap voor stap te verlagen. De grens wordt dan €420.000 in 2027, €340.000 in 2028, €260.000 in 2029, €180.000 in 2030 en €100.000 in 2031. Dat is nog alleen een voorstel.
Zakelijke rente in 2026
De wet laat de hoogte van de rente vrij. De Belastingdienst verwacht wel een marktconform tarief. Voor een consumptieve lening geldt 4 tot 6% en voor een zakelijke lening met onderpand 3 tot 5%. Leg de rente altijd schriftelijk vast.
Rekening-courant BV
Kleine opnames en stortingen verwerk je meestal via de rekening-courant (R/C). Ook dat R/C-saldo reken je mee voor de €500.000-grens. Houd het saldo in de gaten en stem het regelmatig af.
Meer over dit onderwerp
Meer hierover lees je in Excessief lenen van je BV in 2026 en Geld lenen van je eigen BV. Zie ook Rekening-courant van de DGA.