Waar het plan staat
| Datum | Wat gebeurde er |
|---|---|
| 12 februari 2026 | Tweede Kamer neemt de Wet werkelijk rendement box 3 aan (vermogensaanwas: ook ongerealiseerde winst belast; vastgoed en startups via winst bij verkoop). |
| 25 februari 2026 | Minister van Financiën kondigt aanpassingen aan omdat de Eerste Kamer dreigt tegen te stemmen. |
| 19 juni 2026 | Kamerbrief met de opties; het kabinet beslist in augustus. |
| 1 september 2026 | Gelekte Prinsjesdagstukken: het kabinet wil het plan parkeren en werken aan een vermogenswinstbelasting. De Eerste Kamer heeft de stemming uitgesteld. |
| 15 september 2026 | Prinsjesdag: de novelle (het wijzigingsvoorstel) gaat naar de Tweede Kamer. |
| januari 2027 of later | Behandeling in de Eerste Kamer op zijn vroegst. |
Wat het verschil is: aanwas of winst
Bij een vermogensaanwasbelasting betaalt u elk jaar over de waardestijging van uw beleggingen, ook als u ze niet verkoopt. Bij een vermogenswinstbelasting betaalt u pas als u verkoopt, over het verschil tussen verkoopprijs en aankoopprijs. Het tweede stelsel lijkt op wat ondernemers al kennen uit box 2 en de vennootschapsbelasting: winst pas belast bij realisatie, verliezen verrekenbaar. Het eerste stelsel dwingt beleggers soms om te verkopen om de belasting te betalen; dat was de kern van het verzet in de Eerste Kamer.
De drie uitkomsten en wat ze voor u betekenen
- Parkeren, huidig stelsel blijft tot een nieuw stelsel klaar is. Meest waarschijnlijk. U betaalt in 2027 en 2028 36% over een verondersteld rendement (spaargeld laag, beleggingen rond 6%), met de mogelijkheid om een lager werkelijk rendement aan te tonen. Vrijstelling €59.357 per persoon.
- Aangepaste aanwasbelasting per 2028. Dan wordt jaarlijkse koerswinst belast; alleen vastgoed en startups via winst bij verkoop. Voor wie grote beleggingsportefeuilles privé houdt, wordt de BV aantrekkelijker.
- Vermogenswinstbelasting voor alles, op zijn vroegst 2029. Dan wordt box 3 vergelijkbaar met, en soms gunstiger dan, beleggen in de BV.
Box 2 of box 3: de rekensom in 2026 en 2027
| Privé (box 3) | In de BV (box 2) | |
|---|---|---|
| Belasting per jaar | 36% over het forfaitaire rendement (circa 2,2% van het vermogen bij beleggingen) | vennootschapsbelasting 19% tot €200.000 over de werkelijke winst, pas bij realisatie |
| Bij verkoop met winst | geen extra belasting | vennootschapsbelasting; daarna box 2 bij uitkering (24,5% tot €68.843, 31% daarboven) |
| Bij verlies | tegenbewijs: minder of geen box 3 | verlies aftrekbaar van andere winst |
| Wint bij | rustig aangehouden vermogen met stabiel rendement boven 6% | hoog en wisselend rendement, verhuurd vastgoed met hefboom, ondernemingsvermogen |
Vuistregel: onder de €250.000 aan beleggingen wint privé door de vrijstelling en de eenvoud; daarboven loont een rekensom, zeker als u al een holding heeft. De stappen om privévermogen in te brengen staan op vermogen naar de BV verplaatsen; de vergelijking per rendement op beleggen vanuit de BV of privé.
Wat u nu doet
- Leg de aankoopwaarde en aankoopdatum van elke belegging vast. Bij een vermogenswinstbelasting is dat de basis voor de belasting; bij het huidige stelsel is het uw tegenbewijs.
- Doe tegenbewijs over 2025 en 2026 als uw werkelijke rendement onder het forfait lag.
- Wacht met grote verschuivingen tussen privé en BV tot na 15 september; de novelle bepaalt de richting.
- Heeft u al een holding, laat de vergelijking dan doorrekenen; het schriftelijk advies van Holdwise rekent beide routes voor u uit.
Verwant: box 3 in 2027, Prinsjesdag 2026 en de Wet werkelijk rendement box 3.