Vermogensregie

Box 3: het kabinet kiest voor een vermogenswinstbelasting

← Terug naar kennisbank
Bijgewerkt 7 oktober 2026 Holdwise redactie …
Op 29 september 2026 koos het kabinet een richting voor box 3. Vanaf 2028 wil het de winst op beleggingen zoals aandelen, obligaties en opties pas belasten als u ze verkoopt. Voor vastgoed, zoals een tweede woning of een verhuurde woning, stond dat al vanaf 2028 in het wetsvoorstel. Voor de rest van het vermogen volgt die stap in 2030. Dat is nog een voorstel. In 2027 blijft het huidige stelsel gelden, met een lagere vrijstelling als het voorstel doorgaat.
Kort antwoord

Box 3 is de belasting over uw spaargeld en beleggingen. Het kabinet wilde vanaf 2028 het werkelijke rendement belasten, ook de koerswinst die alleen nog op papier staat. De Eerste Kamer heeft de stemming over dat plan uitgesteld. Op 29 september 2026 koos het kabinet voor een vermogenswinstbelasting. Daarbij betaalt u pas belasting als u verkoopt. Vanaf 2028 geldt dat voor vastgoed en voor beleggingen zoals aandelen, obligaties en opties, vanaf 2030 voor de rest van het vermogen. In 2027 blijft het huidige stelsel gelden (36%, forfait met tegenbewijs). Het kabinet stelt wel voor de vrijstelling in 2027 te verlagen van €60.098 naar €30.846 per persoon. Op 2 oktober 2026 zei het kabinet dat kleine spaarders en beleggers worden ontzien, dus dit bedrag kan nog veranderen. Dit is nog een voorstel. Voor beleggingen kan de BV (box 2) voordeliger zijn dan privé (box 3). Dat hangt af van het bedrag en het rendement.

De stand van het plan

DatumWat gebeurde er
12 februari 2026Tweede Kamer neemt de Wet werkelijk rendement box 3 aan. Die belast de vermogensaanwas, dus ook ongerealiseerde winst (winst op beleggingen die u nog bezit). Bij vastgoed en startups belast de fiscus pas bij verkoop.
25 februari 2026Minister van Financiën kondigt aanpassingen aan omdat de Eerste Kamer dreigt tegen te stemmen.
19 juni 2026Kamerbrief met de opties. Het kabinet beslist in augustus.
1 september 2026Uit gelekte Prinsjesdagstukken blijkt dat het kabinet het plan wil parkeren en wil werken aan een vermogenswinstbelasting. De Eerste Kamer heeft de stemming uitgesteld.
15 september 2026Op Prinsjesdag is de novelle (de aanpassing van het aangenomen wetsvoorstel) uitgebleven. Volgens het Belastingplan 2027 blijft in box 3 het stelsel met een aangenomen opbrengst gelden. Het tarief is 36% en de vrijstelling €60.098 per persoon.
29 september 2026Het kabinet kiest voor een vermogenswinstbelasting: vanaf 2028 voor vastgoed en voor beleggingen zoals aandelen, obligaties en opties, vanaf 2030 voor de rest. Het past het wetsvoorstel daarvoor aan. Voor 2027 stelt het een vrijstelling van €30.846 per persoon voor. Dit zijn nog voorstellen.

Het verschil tussen aanwas en winst

Bij een vermogensaanwasbelasting betaalt u elk jaar over de waardestijging van uw beleggingen, ook als u ze blijft houden. Bij een vermogenswinstbelasting betaalt u pas als u verkoopt, over het verschil tussen verkoopprijs en aankoopprijs. Dat tweede stelsel lijkt op wat ondernemers kennen uit box 2 en de vennootschapsbelasting. Daar betaalt u pas belasting als u winst behaalt en mag u verliezen verrekenen. Bij het eerste stelsel moeten beleggers soms verkopen, alleen om de belasting te kunnen betalen. Vooral hiertegen had de Eerste Kamer bezwaar.

Wat het voorstel voor u betekent

  1. 2027. Het huidige stelsel blijft gelden. U betaalt 36% over een verondersteld rendement. Voor spaargeld is dat rendement een klein percentage, voor beleggingen rond 6%. U mag een lager werkelijk rendement aantonen. Het Belastingplan noemt een vrijstelling van €60.098 per persoon (in 2026 €59.357). Het kabinet stelt nu €30.846 voor. Op 2 oktober 2026 zei het kabinet dat kleine spaarders en beleggers worden ontzien. Nieuwe voorstellen voor box 3 worden in oktober 2026 verwacht.
  2. 2028. Voor beleggingen zoals aandelen, obligaties en opties wil het kabinet een vermogenswinstbelasting. U betaalt over de koerswinst dan pas belasting als u verkoopt. De eerste €1.000 rendement per jaar blijft vrij van belasting. Het tarief is nog onbekend. Of beleggen in box 3 dan gunstiger wordt dan in de BV, is daarom nog onzeker.
  3. 2030. Voor de rest van het vermogen volgt dezelfde stap. Vastgoed stond al vanaf 2028 in het wetsvoorstel. Het kabinet stelde dit voor in een brief aan het parlement van 29 september 2026. Het is nog een voorstel.

Box 2 of box 3: de rekensom in 2026 en 2027

Privé (box 3)In de BV (box 2)
Belasting per jaar36% over het forfaitaire rendement (circa 2,2% van het vermogen bij beleggingen)vennootschapsbelasting 19% tot €200.000 over de werkelijke winst, pas bij realisatie
Bij verkoop met winstnul extra belastingvennootschapsbelasting, daarna box 2 bij uitkering (24,5% tot €69.703 in 2027 en 31% daarboven, of 29,2% als het voorstel doorgaat)
Bij verliestegenbewijs: minder box 3, mogelijk nulverlies aftrekbaar van andere winst
Wint bijvermogen dat u lang aanhoudt, met stabiel rendement boven 6%hoog en wisselend rendement, verhuurd vastgoed met een lening, ondernemingsvermogen

Als vuistregel geldt dat u onder de €250.000 aan beleggingen privé beter af bent, door de vrijstelling. Boven dat bedrag is het de moeite waard om te rekenen, zeker als u al een holding heeft. De stappen om privévermogen in te brengen leest u in vermogen naar de BV verplaatsen. Meer over de vergelijking per rendement leest u in beleggen vanuit de BV of privé.

Wat u nu doet

  • Leg de aankoopwaarde en aankoopdatum van elke belegging vast. Bij een vermogenswinstbelasting rekent de Belastingdienst daarmee de belasting uit. Bij het huidige stelsel gebruikt u ze als tegenbewijs.
  • Doe tegenbewijs over 2025 en 2026 als uw werkelijke rendement onder het forfait lag.
  • Verplaatst u veel vermogen tussen privé en BV, reken dat dan door met het stelsel dat in 2027 blijft gelden. Dat is 36% over een aangenomen opbrengst, met tegenbewijs.
  • Heeft u al een holding, laat de vergelijking dan doorrekenen. In het schriftelijk advies rekenen we beide opties voor u uit.

Verwant: box 3 in 2027, Prinsjesdag 2026 en de Wet werkelijk rendement box 3.

Vrijblijvend advies

Wil je dat ons team meekijkt?

We helpen ondernemers hun vermogen te beschermen en te laten groeien via hun bedrijven. Vertel kort waar je staat of wat je van plan bent. Je krijgt vrijblijvend advies over je volgende stap.

Schuif het puzzelstukje in het gat Zo weten we dat je een mens bent.

Puzzel laden…

Vrijblijvend. Je gegevens gebruiken we alleen om je te antwoorden.

Veelgestelde vragen

Gaat de nieuwe box 3 in 2028 nog door?

Alleen in een andere vorm dan de Wet werkelijk rendement. Op 29 september 2026 koos het kabinet voor een vermogenswinstbelasting. Vanaf 2028 betaalt u dan over de winst op beleggingen zoals aandelen, obligaties en opties pas belasting als u verkoopt. Voor vastgoed, zoals een tweede woning of een verhuurde woning, stond dat al vanaf 2028 in het wetsvoorstel. Voor de rest van het vermogen volgt die stap in 2030. Het kabinet past het wetsvoorstel daarvoor aan. Het is nog een voorstel.

Wat betaal ik in 2027 in box 3?

Hetzelfde stelsel als in 2026. U betaalt 36% over een verondersteld rendement en u mag een lager werkelijk rendement aantonen. Het Belastingplan noemt een vrijstelling van €60.098 per persoon (in 2026 €59.357). Het kabinet stelt voor die vrijstelling te verlagen naar €30.846. Op 2 oktober 2026 zei het kabinet dat kleine spaarders en beleggers worden ontzien, dus dit bedrag kan nog veranderen. Dat is nog een voorstel.

Is beleggen via mijn BV nu voordeliger?

Bij een hoog en wisselend rendement en een vermogen boven ongeveer €250.000 vaak wel. Laat u het vermogen lang onaangeroerd, dan is privé voordeliger door de vrijstelling. Reken beide opties door voordat u vermogen verplaatst.

Bronnen   Belastingdienst · KVK · wetten.overheid.nl Laatst bijgewerkt: 7 oktober 2026
Holdwise Assistent
Kennis over ondernemen in Nederland · met de cijfers van 2026

Je chat met onze AI-assistent. Dit is een computerprogramma dat automatisch antwoordt. Laat een besluit over je eigen situatie door ons nakijken.