Kort antwoord: de 30%-regeling geeft ingekomen werknemers met specifieke deskundigheid maximaal 60 maanden lang een belastingvrije vergoeding van 30% van het loon. Voorwaarden: aangeworven uit het buitenland (meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens), een loon boven de salarisnorm en een beschikking van de Belastingdienst. Vanaf 1 januari 2027 daalt het percentage naar 27% en stijgt de salarisnorm.
Hoe de regeling werkt
Normaal zijn vergoedingen voor extraterritoriale kosten (dubbele huisvesting, reizen naar het thuisland, cursussen Nederlands) alleen belastingvrij tegen werkelijke kosten met bonnetjes. De 30%-regeling vervangt dat door een forfait: 30% van het loon inclusief de vergoeding mag belastingvrij worden uitbetaald, vrij van onderbouwing. Bij een brutoloon van €100.000 betekent dit dat €30.000 onbelast blijft en de loonheffing alleen over €70.000 loopt — een nettovoordeel dat al snel €10.000 tot €15.000 per jaar bedraagt.
De voorwaarden in 2026
- Aangeworven uit het buitenland. De werknemer woonde in 16 van de 24 maanden voor de eerste werkdag op meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens.
- Specifieke deskundigheid. Dit wordt ingevuld met een salarisnorm: het belastbaar loon moet in 2026 boven €48.013 liggen. Voor werknemers jonger dan 30 met een erkende mastertitel geldt een verlaagde norm van €36.497; voor wetenschappelijk onderzoekers aan aangewezen instellingen vervalt de salarisnorm volledig.
- Loondienst. De regeling loopt via de loonadministratie van een Nederlandse inhoudingsplichtige. Zzp’ers en eenmanszaken vallen daarmee buiten de regeling; de route voor ondernemers loopt via een eigen BV met de ondernemer op de loonlijst.
- Beschikking van de Belastingdienst. Werkgever en werknemer vragen de regeling samen aan. Binnen vier maanden na de eerste werkdag aanvragen betekent terugwerkende kracht tot de startdatum.
- Maximale looptijd 60 maanden, verminderd met eerdere periodes van werk of verblijf in Nederland.
De aftopping en de wijziging per 2027
Sinds 2024 is de grondslag voor de regeling gemaximeerd op de WNT-norm (de Balkenendenorm, 2026: €262.000); over het loon daarboven kan de vrijstelling dus vervallen. Belangrijker voor de planning: per 1 januari 2027 daalt het percentage van 30% naar 27% en gaat de salarisnorm fors omhoog. Voor werknemers die de regeling vóór 2024 al toepasten geldt overgangsrecht. De eerder aangekondigde afbouw in stappen (30-20-10) is teruggedraaid; het blijft bij deze ene verlaging.
Praktisch gevolg: wie in 2026 nog kwalificerend personeel uit het buitenland aanneemt, start de 60 maanden onder de huidige, ruimere voorwaarden. Voor internationale ondernemers die een Nederlandse BV opzetten en zichzelf of sleutelpersoneel laten overkomen, is 2026 daarmee een gunstig instapjaar.
De 30%-regeling voor de eigenaar-werknemer van een eigen BV (de DGA)
De 30%-regeling is een loondienstfaciliteit — en juist daarom staat zij open voor de DGA. Een DGA staat op de loonlijst van zijn eigen BV, en fiscale jurisprudentie en de uitvoeringspraktijk bevestigen dat de regeling ook geldt voor bestuurders in dienst van de eigen vennootschap. De regeling laat de verhouding tussen werknemer en aandeelhouder volledig vrij.
De volgorde is hierbij bepalend. De wet vraagt om een werknemer die uit het buitenland is aangeworven: richt de BV dus op en sluit de arbeidsovereenkomst terwijl je nog buiten Nederland woont (op meer dan 150 kilometer van de grens), en verhuis daarna. Wie eerst verhuist en pas daarna de BV opricht en in dienst treedt, is aangeworven vanuit Nederland en valt buiten de definitie van ingekomen werknemer. De salarisnorm (€48.013) en het minimumsalaris voor een DGA (het gebruikelijk loon, 2026: €58.000) werken vervolgens naast elkaar: het DGA-loon van €58.000 voldoet daarmee automatisch aan de salarisnorm. Voor kennismigranten die met een eigen BV starten is dit een van de sterkste fiscale instrumenten die Nederland biedt.
Alternatief: werkelijke extraterritoriale kosten vergoeden
Werkgever en werknemer mogen jaarlijks kiezen tussen het 30%-forfait en het onbelast vergoeden van de werkelijke extraterritoriale kosten. Bij lagere lonen of korte verblijven kan de werkelijke-kostenroute gunstiger uitpakken; bij hogere lonen wint vrijwel altijd het forfait.
Vergeet de keuzemomenten in de aangifte inkomstenbelasting
De partieel buitenlandse belastingplicht — waarmee 30%-genieters box 2 en box 3 buiten de Nederlandse heffing konden houden — is per 2025 afgeschaft, met overgangsrecht tot en met 2026 voor bestaande gevallen. Wie onder het overgangsrecht valt, benut 2026 als laatste jaar; wie nieuw instroomt, plant het buitenlandse vermogen vanaf dag één binnen de reguliere regels van box 3 (heffingvrij vermogen 2026: €59.357 per persoon, tarief 36%).
Verder lezen
Deze vraag loopt door in De youngtimerregeling, VPB-tarief 2026 en Bijtelling 2026.
De regeling in 2027
Dit staat vast in wetgeving: de belastingvrije vergoeding daalt per 1 januari 2027 van 30% naar 27%, en de salarisgrens waarboven de regeling geldt stijgt mee. Voor werknemers die vóór 2024 onder de regeling begonnen geldt overgangsrecht met het oude percentagepad. Wat dat per startjaar betekent staat op 30%-regeling 2027, en het volledige 2027-beeld op Belastingtarieven 2027.