De toets die de Belastingdienst aanlegt
De Belastingdienst gebruikt drie vragen om te bepalen of je een onderneming drijft. Neem je deel aan het economisch verkeer, beoog je voordeel en is dat voordeel redelijkerwijs te verwachten? Bij een openbaar product met een prijskaartje is het antwoord op de eerste twee vragen ja. Is er structureel omzet, dan is het antwoord op de derde vraag ook ja. Je bent dan ondernemer, met de rechten en plichten die daarbij horen.
Drie vormen van inkomen
Als ondernemer geef je winst uit onderneming aan en krijg je de aftrekposten. Is je activiteit te klein of te incidenteel voor een onderneming, dan heb je resultaat uit overige werkzaamheden. Dat is opbrengst min kosten, berekend buiten de ondernemersregelingen. Experimenteer je vrijblijvend, vrij van elke verwachting van opbrengst, dan is het een hobby. Een hobby valt buiten de heffing. Deze categorie is kleiner dan veel oprichters hopen.
Wat je regelt
Heb je structureel omzet, dan schrijf je je in bij de Kamer van Koophandel (KVK) en heb je een apart zakelijk rekeningnummer nodig. Houd per product bij wat je ontvangt en wat je uitgeeft. Ook je AI-abonnementen en API-kosten zijn aftrekbare bedrijfskosten. Regel ook meteen de btw, want internationale verkoop begint vaak al vroeg. Zie btw voor SaaS.
Als je onderneming groeit
Gaat je onderneming goed, dan kijk je naar je rechtsvorm. Zie eenmanszaak of bv. Alle stappen, van je eerste euro tot de solo-holding, vind je op de pagina voor AI-ondernemers.
Verder lezen
Meer hierover lees je in App Store en Google Play en Belasting voor AI-ondernemers.