De hoofdregel in één zin
Digitale diensten aan consumenten worden belast waar de consument woont: een Duitse gebruiker betaalt Duitse btw op jouw abonnement, een Franse gebruiker Franse. Tot €10.000 totale grensoverschrijdende EU-consumentenomzet per jaar mag je nog overal Nederlandse btw (21%) rekenen; daarboven schakel je per land om.
Eén aangifte in plaats van 27
De One Stop Shop (OSS) is het loket dat dit werkbaar maakt: je registreert één keer, in Nederland, en doet per kwartaal één aangifte met je omzet per land. De Belastingdienst verdeelt het geld. Lokale registraties en lokale aangiften blijven je bespaard — wel de plicht om per klant het land vast te leggen (je betaalprovider verzamelt daarvoor de bewijsstukken).
Zakelijk, buiten de EU en de platforms
Zakelijke EU-klanten met een geldig btw-nummer factureer je btw-vrij, verlegd. Klanten buiten de EU: meestal vrij van EU-btw, al hebben grote markten eigen digitale-dienstenregels die je checkt zodra de omzet daar groeit. Verkoop je via een app-store, dan is het platform vaak zelf de verkoper richting de consument — zie App Store en Google Play.
Praktisch: prijzen en administratie
Prijs inclusief btw en laat je checkout per land het juiste tarief toepassen, anders schommelt je marge stilletjes per land. Verwerk creditnota’s netjes zodat de OSS-aangifte zichzelf corrigeert, en sluit maandelijks je betaalprovider-rapporten aan op de bank — hoe, staat in Stripe in je boekhouding. De kleineondernemersregeling (KOR, tot €20.000 omzet) bestaat, maar blokkeert je btw-aftrek en past zelden bij internationale SaaS.
De vervolgvraag
Wie hier klaar is, komt meestal uit bij Micro-SaaS of bij Gebruikelijk loon in de groeifase.