Wat is een vaste aftrekpost voor ondernemers (de zelfstandigenaftrek)?
De zelfstandigenaftrek is een aftrekpost op je belastbare winst voor IB-ondernemers (eenmanszaak, vennootschap onder firma (VOF), maatschap). Voldoe je aan het urencriterium (1.225 uur per jaar), dan trek je dit bedrag af voordat de inkomstenbelasting wordt berekend.
De afbouw in cijfers
| Jaar | Zelfstandigenaftrek | Verschil t.o.v. 2020 |
|---|---|---|
| 2020 | €7.280 | — |
| 2021 | €6.670 | -€610 |
| 2022 | €6.310 | -€970 |
| 2023 | €5.030 | -€2.250 |
| 2024 | €3.750 | -€3.530 |
| 2025 | €2.470 | -€4.810 |
| 2026 | €1.200 | -€6.080 |
| 2027 (geplant) | €900 | -€6.380 |
Wat verlies je netto in 2026?
Het effect hangt af van je marginaal belastingtarief. Gemiddeld 37% voor de meeste ZZP-ers:
- Aftrek 2020: €7.280 × 37% = €2.694 netto voordeel
- Aftrek 2026: €1.200 × 37% = €444 netto voordeel
- Verschil: €2.250 minder netto inkomen ten opzichte van 2020
Waarom bouwt de overheid het af?
De achterliggende reden is een fiscaal gelijker speelveld tussen werknemers en zelfstandigen. Werknemers misten een vergelijkbare aftrek, waardoor ZZP-ers fiscaal aantrekkelijk werden voor opdrachtgevers (lager nettoloonkosten). Het kabinet ziet dat als oneerlijke concurrentie en als oorzaak van schijnzelfstandigheid.
De compensatie: hogere arbeidskorting
Tegenover de afbouw staat een verhoging van de arbeidskorting en algemene heffingskorting. Voor een ZZP-er met €50.000 winst:
- Arbeidskorting 2020: €3.819
- Arbeidskorting 2026: €5.521 (geschat)
- Verschil: +€1.702 voordeel
Per saldo verlies je dus circa €500-700 per jaar netto. Voor hogere inkomens is het verlies groter.
Voorwaarden zelfstandigenaftrek 2026
- Urencriterium: minimaal 1.225 uur per jaar aan je onderneming.
- Ondernemerschap voor IB: de Belastingdienst moet je als ondernemer voor de inkomstenbelasting aanmerken.
- Onder de AOW-leeftijd: vanaf AOW-leeftijd vervalt het recht (geldt voor de helft van de aftrek).
Goed om te weten: de afbouw maakt het omslagpunt naar de BV gunstiger. In 2020 lag het omslagpunt rond €130.000 winst, in 2026 rond €90.000. Wie boven die grens zit, wint nu eerder met een BV-structuur.
Combinatie met startersaftrek
Ben je in de eerste 5 jaar van je onderneming en haal je de eis van 1.225 uur per jaar (het urencriterium)? Dan krijg je extra startersaftrek van €2.123 (2026) bovenop de zelfstandigenaftrek. Maximaal 3 keer toepasbaar in die 5 jaar. Voor starters is het totale aftrekpotentieel dus €3.323.
Rekenvoorbeeld: ZZP met €60.000 winst
Sara is interim-projectmanager met €60.000 winst en haalt het urencriterium.
- Winst: €60.000
- Zelfstandigenaftrek: -€1.200
- Subtotaal: €58.800
- Een korting van 12,7% op de winst (de MKB-winstvrijstelling): -€7.468
- Belastbare winst: €51.332
- Inkomstenbelasting (35,75% t/m €38.883 + 37,56% daarboven): €18.557
- Heffingskortingen (geschat): -€5.500
- ZVW-premie (4,85% over belastbaar): €2.490
- Netto inkomen: circa €44.450
Na afschaffing van de zelfstandigenaftrek (vanaf 2030 wellicht): €44.450 - €440 (effectief) = circa €44.010 netto. Overzichtelijk, maar wel een paar honderd per jaar dat structureel verdwijnt.
De startersaftrek: €2.123 bovenop de zelfstandigenaftrek
Een startende ondernemer telt in de eerste jaren een extra aftrekpost mee: de startersaftrek van €2.123. Die komt boven op de zelfstandigenaftrek van €1.200, wat het totaal in een startersjaar op €3.323 brengt. De voorwaarden zijn afgebakend en goed te plannen:
- Je hebt recht op de zelfstandigenaftrek, dus je voldoet aan het urencriterium van 1.225 uur.
- Je stond in de vijf voorafgaande kalenderjaren minimaal één jaar buiten het ondernemerschap voor de inkomstenbelasting.
- Je paste de zelfstandigenaftrek in die vijf jaar maximaal twee keer toe.
Praktisch betekent dit dat je de startersaftrek drie keer kunt gebruiken binnen je eerste vijf ondernemersjaren — en die drie jaren kies je zelf. Wie in het eerste jaar weinig winst maakt, houdt de aftrek dus beter achter de hand voor een jaar waarin de winst hoger uitvalt en het tarief zwaarder weegt.
Wat de startersaftrek netto oplevert
De aftrek verlaagt je belastbare winst, dus het voordeel loopt via je tarief in box 1. Bij de eerste schijf van 35,75% levert €3.323 aftrek ongeveer €1.188 op; in de tweede schijf van 37,56% is dat ongeveer €1.248. Let op de volgorde in de aangifte: eerst gaan de ondernemersaftrekken van de winst af, daarna past de Belastingdienst de MKB-winstvrijstelling van 12,7% toe op wat overblijft. Die volgorde dempt het effect iets, en beide posten tellen wel degelijk mee.
De afbouw: van €1.200 nu naar €900 in 2027
De zelfstandigenaftrek wordt sinds 2020 stapsgewijs teruggebracht. In 2026 staat de post op €1.200; in 2027 daalt hij naar €900, het niveau waarop de wetgever hem wil laten uitkomen. Ter vergelijking: in 2019 bedroeg de aftrek nog €7.280 en in 2024 €3.750.
| Jaar | Zelfstandigenaftrek |
|---|---|
| 2019 | €7.280 |
| 2023 | €5.030 |
| 2024 | €3.750 |
| 2025 | €2.470 |
| 2026 | €1.200 |
| 2027 | €900 |
De startersaftrek van €2.123 blijft in deze afbouw ongemoeid, waardoor het gewicht van die post juist toeneemt: in 2026 vormt de startersaftrek bijna twee derde van het totale bedrag dat een starter aftrekt.
Wat de afbouw betekent voor je rechtsvorm
De afbouw is een van de redenen dat het omslagpunt tussen eenmanszaak en BV de afgelopen jaren naar beneden is gekropen. Bij een aftrek van €7.280 hield de eenmanszaak het fiscaal langer vol dan bij €1.200. Het actuele omslagpunt staat op de Holdwise Drempel: aanhouden in de holding vanaf €78.350–€87.600 jaarwinst, volledig uitkeren vanaf ongeveer €128.000–€147.000. Wie in die zone zit, laat de berekening het beste jaarlijks opnieuw lopen — de aftrek daalt immers verder.
Waar dit naartoe leidt
Hiernaast horen BTW Tarieven 2026 en Zakelijke Rekening ZZP 2026.