Het verschil tussen een buy-out en een buy-in
Beide vormen gaan over hetzelfde. Een ondernemer verkoopt zijn bedrijf aan iemand die het daarna gaat leiden. Die opvolger komt van binnen het bedrijf, of van buiten.
Werk je al in het bedrijf, als medewerker, manager of mededirecteur, en koop je de eigenaar uit? Dan heet dat een management buy-out, afgekort MBO. Kom je van buiten en neem je een bedrijf over waar je tot dan toe buiten stond? Dan heet dat een management buy-in, afgekort MBI. De buy-in komt vaak voor als een ondernemer met pensioen gaat. Hij heeft dan binnen het bedrijf al naar een opvolger gezocht.
De buy-out: kopen van binnenuit
Voor de financiering is de buy-out de gunstigste vorm. Jij kent de klanten, de cijfers, de mensen en de problemen die voor een buitenstaander onzichtbaar zijn. Een gewone koper probeert dat verschil in kennis met weken boekenonderzoek kleiner te maken. Jij hebt die kennis al. Banken weten dat en financieren een buy-out doorgaans op betere voorwaarden dan elke andere overnamevorm.
Ook de verkoper heeft er belang bij. Zijn bedrijf komt in handen van iemand die het kent. Het personeel krijgt een bekende als baas en de overdracht kan geleidelijk gaan. Daarom hoort bij een buy-out bijna altijd een verkoperslening of een gefaseerde overdracht. De eigenaar laat dan een deel van de koopsom in het bedrijf achter, of hij verkoopt de aandelen in stappen. Meer over deze constructies lees je in bedrijfsovername financieren.
Het grootste risico is je dubbele rol. Tijdens de onderhandeling ben je werknemer én koper tegelijk en onderhandel je met je eigen baas. Spreek vroeg af hoe jullie die twee rollen scheiden. Haal er ook een eigen adviseur bij, iemand die alleen jouw belang behartigt. Kies daarvoor iemand anders dan de huisaccountant die jarenlang voor de eigenaar werkte.
De buy-in: instappen van buitenaf
Bij een buy-in mis je de kennis van dit bedrijf. Daarom doe je een uitgebreider boekenonderzoek en duurt de overgangsperiode met de verkoper langer. De financier let bovendien vooral op jouw ervaring als leidinggevende, bij voorkeur in dezelfde branche.
Als buy-in-kandidaat heb je drie dingen nodig. Je hebt ervaring als leidinggevende. Je hebt eigen vermogen, want financiers verwachten een serieuze inbreng van iemand die het bedrijf nog moet leren kennen. Je hebt ook een uitgewerkt plan voor de eerste honderd dagen.
Een tussenvorm is de buy-in met aanloopjaar. Je treedt eerst een jaar in dienst als beoogd opvolger, leert het bedrijf van binnenuit kennen en koopt daarna. De buy-in wordt dan alsnog een buy-out, met het informatievoordeel en de betere financieringspositie die daarbij horen.
Kopen vanuit je eigen holding
Bij beide vormen koop je bij voorkeur vanuit een eigen holding. Jij houdt de aandelen in jouw persoonlijke holding en die holding koopt de aandelen in het bedrijf. De bank en de verkoper lenen dan aan de holding en de rente is zakelijk. Als jij zelf ooit overdraagt, heb je ook dan voordeel van de holdingstructuur. Zie holding oprichten.
Bij een gedeeltelijke overname koop je eerst een minderheidsbelang en daarna de meerderheid. Leg de vervolgstappen nu al vast. Spreek af tegen welke prijsformule je koopt en op welke momenten dat gebeurt. Regel ook wat er gebeurt als een van beiden eerder of later wil overdragen.
Welke vorm bij jou past
Koop je van binnenuit, dan heb je het informatievoordeel en de beste financiering. Stap je van buitenaf in, dan heb je branche-ervaring, eigen vermogen en een langere overdracht nodig. Kies je het aanloopjaar, dan draai je eerst een jaar mee en koop je daarna. Bij alle vormen volg je de stappen uit het stappenplan. De verkoperslening is het laatste onderdeel van de financiering.