Waarom stapelen de norm is
Banken financieren doorgaans de helft tot twee derde van een overnamesom. De rest komt uit andere bronnen, en het combineren daarvan heet stapelfinanciering. Dat is de standaard in plaats van een noodgreep: elke financier draagt het deel van het risico dat bij hem past, en de verkoper die meefinanciert geeft daarmee het sterkste signaal dat er bestaat — hij gelooft zelf in de toekomst van zijn bedrijf onder jouw leiding.
Het rekenvoorbeeld
Koopsom €500.000. Een gebruikelijke opbouw:
- Bank: €250.000. Aflossing in vijf tot zeven jaar uit de kasstroom van het bedrijf zelf.
- Eigen geld: €125.000. Jouw inbreng. Financiers willen zien dat je zelf risico draagt; een kwart van de som is een gangbare verwachting.
- Verkoperslening: €125.000. De verkoper laat een deel van de prijs in het bedrijf staan als lening. Deze is achtergesteld: pas als de bank is afgelost, begint de aflossing aan de verkoper.
Die volgorde — bank eerst, verkoper daarna — is precies wat de bank wil zien, en het is de reden dat een verkoperslening de kans op bankfinanciering vergóót in plaats van verkleint.
De verkoperslening
De lening van de verkoper heet in overnametaal ook wel vendor loan. Gebruikelijke vormgeving: een looptijd van drie tot zeven jaar, een rente die iets boven de bankrente ligt (de verkoper staat immers achteraan), en vastgelegde afspraken over wanneer de aflossing start.
Voor jou als koper doet de lening drie dingen tegelijk: hij dicht het gat in de financiering, hij houdt de verkoper betrokken bij een goede overdracht, en hij verdeelt het risico — valt het bedrijf tegen, dan voelt de verkoper dat mee.
De earn-out
Bij een earn-out wordt een deel van de koopsom pas betaald als het bedrijf bepaalde resultaten haalt. Voorbeeld: je koopt een adviesbureau voor €100.000, betaalt €90.000 bij overdracht, en de verkoper ontvangt drie jaar lang 10% van de winst.
De earn-out overbrugt het klassieke meningsverschil: de verkoper vindt zijn bedrijf meer waard dan jij durft te betalen. Prima — dan bewijst de toekomst wie gelijk heeft. Leg wel tot op de komma vast hóé het resultaat wordt gemeten en wie er in die jaren over de kosten beslist, want daar ontstaan anders de conflicten.
Huurkoop en gefaseerde overname
Bij huurkoop betaal je de koopsom in termijnen en word je pas eigenaar na de laatste betaling. Bij een gefaseerde overname koop je de aandelen in stappen: bijvoorbeeld eerst 20% voor €80.000 bij een pakket van €400.000, en de rest in afgesproken jaren daarna. Beide vormen houden de verkoper langer aan boord — bij een bedrijf dat sterk op de persoon van de eigenaar draait is dat eerder een voordeel dan een concessie.
De overige bronnen
Microkrediet en MKB-fondsen. Voor kleinere overnames tot enkele tonnen bestaan gespecialiseerde verstrekkers en regionale fondsen die risicodragend meedoen waar de bank stopt.
Investeerders. Een informele investeerder of participatiemaatschappij koopt mee in ruil voor een aandelenbelang. Je levert zeggenschap in en wint slagkracht — een afweging die per situatie anders uitvalt.
Eigen holding. Zit er vermogen in je bestaande holding, dan is dat de eerste bron: de holding koopt, en de rente op wat je elders leent blijft zakelijk aftrekbaar.
Wat de financier wil zien
Eén ding bepaalt de uitkomst: kan het bedrijf uit zijn eigen kasstroom de aflossing dragen, met ruimte over. Onderbouw dat met drie jaar cijfers van het bedrijf, jouw plan voor de komende drie, en een doorrekening waarin ook een tegenvallend jaar past. Laat de financierbaarheid toetsen vóórdat je de onderhandeling ingaat — een koper die weet wat hij kan betalen, onderhandelt anders.
Kort samengevat
Stapel: bank voor de helft, eigen geld voor een kwart, verkoperslening voor de rest, met earn-out of fasering waar koper en verkoper elkaar in prijs nog zoeken. Het volledige traject staat in het stappenplan bedrijf overnemen; wat je vóór het tekenen controleert in het boekenonderzoek.
Verder lezen
Deze vraag loopt door in Personeel bij een bedrijfsovername en in Een failliet bedrijf overnemen.