Status Voorgesteld op Prinsjesdag. Deze maatregel staat in het Belastingplan 2027 dat het kabinet op 15 september 2026 heeft ingediend. De Tweede Kamer stemt op 12 november 2026, de Eerste Kamer rond 16 december 2026. Alle maatregelen: Prinsjesdag 2026 en het Belastingplan 2027.
Hoe de arbeidskorting werkt
De korting kent vier trajecten. Bij een laag inkomen loopt hij snel op, bij ongeveer €46.000 bereikt hij het maximum en daarboven daalt hij met 6,51 cent per extra verdiende euro, tot hij op nul staat (2026: bij €132.920; 2027: bij ongeveer €138.900). Dat afbouwpercentage werkt als een verborgen belasting: wie in de afbouw zit, betaalt in 2027 feitelijk 38,16% plus 6,51% over elke extra euro. Voor een ondernemer telt de winst na de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling als arbeidsinkomen; voor een DGA het salaris uit de BV.
| Arbeidsinkomen | Arbeidskorting 2026 | 2027 |
|---|---|---|
| €30.000 | ongeveer €5.400 | ongeveer €5.600 |
| €45.000 | €5.685 (maximum) | ongeveer €5.900 |
| €58.000 (gebruikelijk loon) | ongeveer €4.900 | ongeveer €5.270 |
| €100.000 | ongeveer €2.140 | ongeveer €2.530 |
| €140.000 en hoger | €0 | €0 |
Wat de verhoging betekent
Een hogere arbeidskorting werkt direct door in het netto loon, want de werkgever verrekent de korting maandelijks in de loonheffing. Voor een zzp'er komt het voordeel bij de aangifte over 2027 of via een lagere voorlopige aanslag. Voor een DGA op het gebruikelijk loon van €58.000 zit de korting in het afbouwtraject: in 2027 ongeveer €5.270 tegen €4.900 in 2026, dus ongeveer €370 meer korting. Daar staat tegenover dat het tarief in de tweede schijf 38,16% wordt en de grens van het toptarief blijft staan op €78.426. De vermogensplanner 2027 rekent met de cijfers uit het Belastingplan 2027 en telt de heffingskortingen per jaar mee.
De samenhang met de andere maatregelen
De verhoging van de arbeidskorting is de plus voor de middeninkomens. Daar staat tegenover dat de tabelcorrectiefactor beperkt wordt, waardoor de schijfgrenzen minder meestijgen met de inflatie, en dat hogere inkomens meer betalen. Wie de drie maatregelen naast elkaar legt, ziet het patroon van dit Belastingplan: verschuiven van hoog naar midden, met gelijkblijvende tarieven in de schijven.