Wie kan aanvragen
Reders die in Nederland gevestigd zijn, kunnen aanvragen. Volgens de regeling is dat een reder met een hoofdvestiging of een nevenvestiging in Nederland, ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KVK).
Elke aanvraag is voor één schip. Heb je meer schepen, dan dien je per schip een aparte aanvraag in. Elk project is voor één energielijn op één schip.
Het ministerie koos voor reders als aanvragers, omdat de reder bepaalt hoe het schip wordt ingezet en na de toekenning verantwoordelijk is voor de verplichtingen. Je werf en je leveranciers zijn als bouwer en leveranciers onderdeel van je aanvraag.
Tot twee kalenderjaren na je aanvraag om de subsidie vast te stellen (de vaststelling) moet een in Nederland gevestigde reder eigenaar van het schip zijn. RVO kan daar bij een steekproef om een bewijs vragen.
Je bedrijf moet ook voldoen aan de Europese toets voor ondernemingen in financiële moeilijkheden. Je vraagt online aan met eHerkenning op niveau 3. Met eHerkenning loggen bedrijven in bij de overheid.
Een reder uit het buitenland vraagt aan via een eigen Nederlandse besloten vennootschap (BV) of via een ingeschreven Nederlandse nevenvestiging van het eigen bedrijf. Met een BV is één Nederlands bedrijf eigenaar van het schip, ontvangt dat bedrijf de subsidie en heeft het de verplichtingen van de komende jaren. Dat bedrijf is gescheiden van je bedrijf in het buitenland.
Subsidiabele kosten en percentages
Je krijgt subsidie voor de aanschaf en installatie van een energielijn voor waterstof of methanol. Een energielijn is het geheel van motoren of brandstofcellen met de bijbehorende systemen, voor de voortstuwing van het schip en voor eventueel werk aan boord.
| Project | Subsidiabele kosten | Grens |
|---|---|---|
| Een nieuw schip | De extra kosten ten opzichte van een schip met dezelfde levensduur, laadcapaciteit en inzet, met een gewone verbrandingsmotor volgens de actuele regels van de Europese Unie (EU) en de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) | €4 miljoen per schip |
| De ombouw van een bestaand schip (retrofit) | De volledige kosten van de ombouw, als de economische levensduur van het schip voor en na de ombouw gelijk is | €4 miljoen per schip |
| Energiebesparende techniek, als optie | Vaste systemen aan boord om energie te besparen bij de voortstuwing, zoals windondersteuning, luchtsmering of een gate rudder | €400.000, binnen de €4 miljoen |
| Een batterijpakket, als optie | Het batterijpakket, met de aanpassingen aan boord om in een haven of op zee te laden en met zo min mogelijk uitstoot een haven in en uit te varen | €400.000, binnen de €4 miljoen |
Energiebesparende techniek en een batterijpakket komen alleen in aanmerking in een project met een energielijn voor waterstof of methanol. Subsidiabel zijn de investeringskosten. Brandstof en andere exploitatiekosten betaal je zelf. Maatregelen in het gebruik van het schip, zoals langzamer varen of een andere vaarroute, zijn uitgesloten.
Het subsidiepercentage
| Situatie | Percentage |
|---|---|
| Elk project | 40% van de subsidiabele kosten |
| Een emissievrij schip na het project | 10 procentpunten extra |
| Een middelgroot bedrijf | 10 procentpunten extra |
| Een klein bedrijf | 20 procentpunten extra |
| Een klein bedrijf met een emissievrij schip, het hoogste percentage | 70% van de subsidiabele kosten |
Het maximum is €4 miljoen per project tot 1 januari 2028 en €3,5 miljoen per project vanaf die datum. Het minimum is €500.000 aan subsidiabele kosten per project.
Voor klein en middelgroot geldt de Europese definitie. Een klein bedrijf heeft minder dan 50 werknemers en een omzet of balanstotaal van maximaal €10 miljoen. Een middelgroot bedrijf heeft minder dan 250 werknemers en een omzet van maximaal €50 miljoen of een balanstotaal van maximaal €43 miljoen.
Bij de toets tel je de cijfers van de verbonden bedrijven in je groep mee. Een Nederlandse BV van een grote rederijgroep is daardoor een groot bedrijf.
Andere staatssteun of Europese subsidie voor hetzelfde project mag, tot de grenzen van de Europese richtsnoeren voor staatssteun voor klimaat, milieubescherming en energie (CEEAG).
Wat de subsidie per aanvraag waard is
De subsidie per aanvraag is minimaal €200.000 en maximaal €4 miljoen. Het minimum is 40% van de minimale subsidiabele kosten van €500.000. Dit zijn voorbeelden bij het laagste en het hoogste percentage.
| Subsidiabele kosten | Subsidie bij 40% | Subsidie bij 70% |
|---|---|---|
| €500.000, het minimum | €200.000 | €350.000 |
| €2 miljoen | €800.000 | €1,4 miljoen |
| €5 miljoen | €2 miljoen | €3,5 miljoen |
| €10 miljoen | €4 miljoen, het maximum | €4 miljoen, het maximum |
Het percentage van 40% geldt voor elk project. Het percentage van 70% geldt voor een klein bedrijf met een emissievrij schip. Bij 40% krijg je het maximum van €4 miljoen vanaf €10 miljoen aan subsidiabele kosten. Bij 70% is dat vanaf ongeveer €5,7 miljoen. Vanaf 1 januari 2028 is het maximum €3,5 miljoen per project.
Het ministerie verwacht met het hele budget van €102,8 miljoen ongeveer 25 tot 30 schepen te ondersteunen. RVO kent de subsidie toe aan de projecten met de meeste punten. Ons team regelt de aanvraag met een maritiem specialist, die het technische deel schrijft met je werf en leveranciers.
Hoe wij de aanvraag regelen
Ons team regelt de hele aanvraag, voor reders in Nederland en uit het buitenland. Een maritiem specialist uit ons netwerk schrijft het technische deel samen met je werf en leveranciers. Jij beslist bij elke stap en RVO beslist over de subsidie.
| Werk | Wie doet het |
|---|---|
| Het technische deel, met het projectplan, de berekening van de vermindering van de uitstoot van kooldioxide (CO2), de berekening voor een schoon zeeschip en de begroting | De maritiem specialist uit ons netwerk, met je werf en leveranciers |
| De stukken van je bedrijf, de verklaringen en de planning tot de uiterste datum | Wij, met jouw bedrijf |
| eHerkenning op niveau 3 voor je bestuurder | Wij, met jouw bedrijf |
| Indienen | Je bestuurder ondertekent de aanvraag en dient die in met eHerkenning |
| Na de toekenning de administratie met elke factuur en elk betaalbewijs, de jaarlijkse voortgangsrapportage en de aanvraag tot vaststelling | Wij, met de specialist voor de technische rapportages en een onafhankelijke accountant voor de controleverklaring |
| Voor een reder uit het buitenland de Nederlandse BV of de inschrijving van een nevenvestiging, met de KVK-inschrijving en de fiscale nummers | Wij, met een notaris voor een BV |
Onze vergoeding bestaat uit een haalbaarheidscheck tegen een vaste prijs, een vast bedrag voor het dossier en een percentage van de toegekende subsidie, allemaal vooraf afgesproken. Je ziet elk bedrag in je voorstel voordat je beslist.
- Ons team kijkt eerst mee. Je beschrijft het schip, het plan voor nieuwbouw of ombouw, de brandstof en je bedrijf.
- Haalbaarheidscheck. Met de specialist controleren we de subsidiabele kosten, de toets voor een schoon zeeschip en de verwachte punten voor je project.
- Voorstel. Je krijgt de omvang van het werk en de vergoeding voordat je beslist.
- Voor een reder uit het buitenland. Wij regelen de Nederlandse BV of de inschrijving van de nevenvestiging voor 9 februari 2027.
- Aanvraag. De specialist schrijft het technische deel, wij verzamelen de stukken en je bestuurder dient de aanvraag in voor 9 februari 2027, 17.00 uur.
- Na de toekenning. Wij doen de administratie en maken de rapportages en de aanvraag tot vaststelling, tot het einde van de verplichtingen.
Deze pagina is ook beschikbaar in het Engels.
Welke schepen in aanmerking komen
De regeling is voor zee- en kustvaartuigen voor het vervoer van goederen of passagiers en voor nautische of andere dienstverlening. Daar horen ook werkschepen bij, zoals schepen voor offshorewerk, metingen, slepen en baggeren. Vissersschepen en zeegaande pleziervaart zijn uitgesloten.
Na het project moet het schip voldoen aan een van deze toetsen.
- Een emissievrij zeeschip. De directe uitstoot van kooldioxide (CO2) via de uitlaat is nul. Voor een emissievrij schip is het subsidiepercentage 10 procentpunten hoger.
- Een schoon zeeschip met een hybride of dual-fuelmotor. Bij normaal gebruik is minstens 25% van de energie afkomstig van brandstof met een directe CO2-uitstoot van nul of van stroom via een laadaansluiting. Schoon zeeschip is de term uit de regeling.
- Een schoon zeeschip via de toets voor energie-efficiëntie, alleen voor nieuwe schepen. De Energy Efficiency Design Index (EEDI) is de score voor energie-efficiëntie van de IMO voor nieuwe schepen. De EEDI van het schip is 10% lager dan de eis van 1 april 2022. Het schip is ook geschikt voor brandstof met een directe CO2-uitstoot van nul of voor brandstof uit hernieuwbare bronnen.
- Bij ombouw, een schip geschikt voor waterstof of methanol. Na de ombouw is het schip geschikt voor waterstof of methanol, naast fossiele brandstof of als vervanging daarvan. Een groter aandeel waterstof of hernieuwbare methanol na de ombouw is ook genoeg.
Een nieuw werkschip met een energielijn voor methanol is uitgesloten. De ombouw van een bestaand werkschip naar methanol komt wel in aanmerking.
Hoe RVO de aanvragen rangschikt
RVO verdeelt deze subsidie via een tender. Na de uiterste datum van 9 februari 2027, 17.00 uur, beoordeelt RVO alle volledige aanvragen die op tijd zijn ingediend. RVO behandelt een aanvraag van 6 oktober en een aanvraag van 9 februari op dezelfde manier.
Een onafhankelijke adviescommissie van drie tot vijf maritieme deskundigen geeft elk project punten op vijf criteria, met een maximum van 100. RVO verdeelt het budget van €29 miljoen daarna op volgorde van punten.
| Criterium | Punten |
|---|---|
| Bewijs voor een echte vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, uit het beoogde vaarprofiel en de aanvoer van waterstof of methanol | Tot 30, minimaal 15 |
| De vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, in een berekening in het format van RVO | Tot 25 |
| De kwaliteit van het projectplan, met een gedegen onderbouwing en begroting | Tot 25, minimaal 13 |
| Europese betrokkenheid, met Europese makers en toeleveranciers, en samenwerking in de keten | Tot 15 |
| Een bijdrage aan het digitale samenwerkingsplatform van de maritieme sector (Digitaal Samenwerken, Joint Maritime Digital Platform) | Tot 5 |
Het minimum is 15 punten op het eerste criterium en 13 punten op het derde. Hebben twee projecten dezelfde plaats in de rangschikking en is het resterende budget genoeg voor één van beide, dan beslist RVO door loting.
In de toelichting bij de regeling geeft het ministerie voorbeelden van bewijs voor het eerste criterium.
- bevrachtingscontracten of werkcontracten;
- vaarschema’s van lijndiensten of veerdiensten;
- de eerdere vaarbewegingen van het schip, bij een schip op een bestaande dienst;
- bunkercontracten voor hernieuwbare methanol of groene waterstof in de havens op de route;
- een intentieverklaring van een verlader of opdrachtgever die de hogere kosten van klimaatneutraal varen wil betalen.
RVO beslist binnen 13 weken na de uiterste datum.
De maritiem specialist uit ons netwerk maakt dit bewijs en de berekeningen samen met jou en je werf.
Wat je voorbereidt voor 9 februari 2027
Ons team maakt dit dossier samen met jou. De specialist schrijft het technische deel en wij verzamelen de andere stukken.
- De inschrijving. Je bedrijf is ingeschreven bij de KVK met een hoofd- of nevenvestiging in Nederland. Voor een reder uit het buitenland is dat een Nederlandse BV of een ingeschreven nevenvestiging.
- eHerkenning. Je bestuurder vraagt online aan met eHerkenning op niveau 3. Volgens RVO heb je eHerkenning binnen 1 tot 5 werkdagen.
- De formats van RVO. Het projectplan, de begroting en de berekening van de CO2-vermindering maak je in de formats van RVO voor deze regeling. Voor het projectplan accepteert RVO alleen het eigen format.
- De stukken van het schip. Je voegt een bewijs van eigendom van het schip toe, of een bewijs van opdracht voor een nieuw schip. Je voegt ook het certificaat van het schip toe en een berekening voor de toets van een schoon zeeschip.
- De stukken van je bedrijf.
- Een klein of middelgroot bedrijf voegt een verklaring over de grootte van het bedrijf toe (mkb-verklaring).
- Een groot bedrijf voegt een verklaring toe over het stimulerende effect van de subsidie.
- Elke aanvrager voegt de verklaring over ondernemingen in moeilijkheden toe, met het beslisschema en de laatste jaarrapporten.
- Hoort je bedrijf bij een groep, dan voeg je een organogram toe met de juridische opbouw en de aandelenverhoudingen van de hele groep.
- Offertes en financiering. Je voegt offertes van je werf en leveranciers toe, ook voorlopige, en de toezeggingen van je bank of investeerders.
- De volgorde. Vraag offertes op voordat je aanvraagt. Teken de opdracht aan de werf en begin het werk na het besluit over je subsidie, zoals het ministerie in de toelichting bij de regeling schrijft. RVO wijst een aanvraag af als je de opdracht al gaf of al met het werk begon voordat je de aanvraag indiende.
Betalingen en verplichtingen na de toekenning
- RVO betaalt een eerste voorschot van 30% van de subsidie binnen twee weken na het besluit.
- RVO betaalt een tweede voorschot van 50% bij de start van het project. Dat is het moment waarop de werf het hoofdonderdeel van de energielijn ontvangt, zoals de verbrandingsmotor of de brandstofcel. Je meldt de start bij RVO met een bewijs, zoals een transport- of afleverdocument.
- RVO betaalt de laatste 20% na de vaststelling van de subsidie.
- Start en afronding. Je start het project binnen zes maanden na het besluit en rondt het af binnen drie jaar na de start.
- Elk jaar stuur je RVO een voortgangsrapportage. Wijzigingen in het project meld je bij RVO, en voor sommige wijzigingen vraag je vooraf toestemming.
- De vaststelling. Binnen 13 weken na het einde van het project vraag je de vaststelling aan, met een eindrapport en een gewaarmerkt overzicht van alle betaalde kosten. Boven €125.000 subsidie voeg je een controleverklaring van een accountant toe.
- Nederlands eigendom. Tot twee kalenderjaren na die aanvraag moet een in Nederland gevestigde reder eigenaar van het schip zijn.
- Kennis delen. Op verzoek van het ministerie help je de resultaten van het project te verspreiden, vanaf het besluit tot vijf jaar na de vaststelling. Na het project publiceer je een verslag met de kennis uit het project, met uitzondering van bedrijfsgeheimen.
- Evaluatie. Tot vijf jaar na de vaststelling werk je mee aan de evaluatie van de regeling.
- Openbaarheid. Boven €100.000 subsidie publiceert RVO gegevens over je subsidie op de Europese website State Aid Transparency. Dat zijn de naam van je bedrijf, je KVK-nummer, de grootte van je bedrijf, de sectorcode, het bedrag en de datum van het besluit.
De volgende rondes
Het Rijk heeft voor 2027 tot en met 2029 in totaal €102,8 miljoen gereserveerd. Het budget is €29 miljoen voor 2027, €29 miljoen voor 2028 en €44,8 miljoen voor 2029. De huidige ronde, met aanvragen van 6 oktober 2026, 9.00 uur, tot 9 februari 2027, 17.00 uur, is de ronde voor 2027.
De aanvraagperiodes voor 2028 en 2029 maakt het ministerie elk jaar bekend in de Staatscourant. Met het hele budget verwacht het ministerie ongeveer 25 tot 30 schepen te ondersteunen. Vanaf 1 januari 2028 is het maximum €3,5 miljoen per project.
Bronnen
- Staatscourant 2026, 21927, de Tijdelijke subsidieregeling vroege opschaling energietransitie zeeschepen 2026-2030 met de toelichting (gepubliceerd op 12 augustus 2026, gelezen op 1 november 2026)
- Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Tijdelijke subsidieregeling vroege opschaling energietransitie zeeschepen 2026-2030 (gecontroleerd op 26 oktober 2026)
- RVO, subsidies en financiering voor de maritieme sector (gecontroleerd op 30 oktober 2026)
- RVO, de mkb-verklaring
- RVO, de toets voor ondernemingen in moeilijkheden
- Europese Commissie, Richtsnoeren staatssteun ten behoeve van klimaat, milieubescherming en energie 2022 (CEEAG)
- Europese Commissie, Aanbeveling 2003/361/EG over de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen
- Ondernemersplein (RVO), eHerkenning aanvragen
Bijgewerkt 1 november 2026.