1. Investeringsaftrek van 28% bovenop je afschrijving
Investeer je in een jaar tussen €2.901 en €71.683 in bedrijfsmiddelen, dan krijg je via een extra aftrekpost bij investeringen (de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek) 28% van dat bedrag extra in aftrek, bovenop de gewone afschrijving. Bij een investering van €20.000 in camera’s, licht en computers levert dat €5.600 aan extra aftrek op.
De aftrek geldt per jaar, dus het loont om investeringen te bundelen in plaats van te spreiden. Wie in december en januari elk €2.000 uitgeeft, blijft twee keer onder de drempel; wie beide in december doet, haalt hem wel.
2. Willekeurige afschrijving in je startjaren
Als startende ondernemer met recht op startersaftrek mag je zelf bepalen hoe snel je afschrijft op nieuwe bedrijfsmiddelen. In een jaar met hoge winst schrijf je versneld af en druk je de belasting; in een mager jaar houd je de aftrek juist achter de hand.
Voor creators met sterk wisselende inkomsten is dat een reëel stuurmiddel, en het kost je niets om ervan gebruik te maken.
3. Startersaftrek in drie van je eerste vijf jaren
Naast de zelfstandigenaftrek van €1.200 krijg je in drie van je eerste vijf jaren een startersaftrek van €2.123. Je kiest zelf in welke jaren, dus zet hem in de jaren met de hoogste winst.
4. De mkb-winstvrijstelling die je automatisch krijgt
Over je winst na aftrekposten geldt een vrijstelling van 12,7%. Die krijg je onvoorwaardelijk, mits je ondernemer bent voor de inkomstenbelasting. Het is een reden temeer om die status goed vast te leggen; zie hobby of onderneming.
5. Een lager het salaris dat je jezelf minimaal moet uitbetalen (gebruikelijk loon) in je groeifase
Werk je via een BV, dan kun je met de Belastingdienst een lager gebruikelijk loon afspreken zolang je onderneming in opbouw is. Zak je van €58.000 naar bijvoorbeeld €36.000, dan scheelt dat jaarlijks €8.000 tot €10.000 aan loonheffing en zorgbijdrage.
Je vraagt dit netjes aan met je cijfers, je prognose en een marktvergelijking. Zie het DGA-salaris voor creators.
6. Lenen van je eigen BV
Voor privé-uitgaven kun je tot €500.000 lenen van je eigen vennootschap, met een uitzondering daarboven voor de financiering van je eigen woning. Je legt de lening schriftelijk vast met een zakelijke rente en aflossing die je nakomt.
Gecombineerd met een lager gebruikelijk loon loopt het jaarlijkse voordeel op naar ongeveer €18.000 tot €20.000, terwijl je vermogen in de vennootschap doorwerkt tegen 19% in plaats van tot 49,5%.
7. De werkkostenregeling voor jezelf
Binnen je BV heb je vrije ruimte om zaken onbelast te vergoeden of te verstrekken: 2% over de eerste €400.000 loonsom. Bij een DGA-salaris van €58.000 is dat €1.160 per jaar dat je onbelast kunt besteden aan zaken die anders privé zouden zijn.
Daarbovenop staan de gerichte vrijstellingen, die het bedrag dat je jezelf onbelast mag vergoeden (de vrije ruimte) ongemoeid laten: een ov-abonnement, arbomiddelen en een thuiswerkvergoeding.
8. Je merk in de holding met een vergoeding voor het gebruik van je merk (een licentievergoeding)
Breng je je merknaam onder in de holding, dan betaalt je werkmaatschappij daarvoor een zakelijke licentievergoeding. Die is aftrekbaar voor de werkmaatschappij en landt in de holding, waar zij als vermogen doorwerkt en buiten het bereik van claims blijft.
Het bijeffect telt net zo zwaar: je merk staat vastgelegd als een bezit met een waarde, wat helpt bij financiering en bij een latere verkoop. Zie merk en IP in de holding.
Waar je begint
De eerste vier regelingen gelden voor iedere creator met een eenmanszaak en kosten je niets extra’s: aanvinken bij de aangifte en investeringen bundelen. De laatste vier horen bij een BV en komen in beeld zodra je winst richting €100.000 loopt. Reken dat moment vooraf door met het omslagpunt.