De casus: €100.000 winst, alles uitkeren
Een BV maakt in 2026 €100.000 winst voor belasting. De DGA wil alles wat overblijft privé ontvangen. De route kent twee stations:
Station 1 — vennootschapsbelasting. Over de winst betaalt de BV 19% (de winst blijft onder de schijfgrens van €200.000): €19.000. Er blijft €81.000 in de BV over voor uitkering.
Station 2 — box 2. Het dividend van €81.000 valt in box 2, met twee schijven per persoon: 24,5% tot €68.843 en 31% daarboven. De heffing: €68.843 × 24,5% = €16.867, plus €12.157 × 31% = €3.769. Samen €20.636.
Netto in privé: €100.000 − €19.000 − €20.636 = €60.364. De totale druk op deze route is 39,6% — en dat getal is het startpunt, want twee aanpassingen brengen het omlaag.
Aanpassing 1: de fiscaal partner verdubbelt de lage schijf
De grens van €68.843 geldt per persoon. Is je fiscaal partner mede-aandeelhouder, dan bedient het huishouden samen €137.686 tegen 24,5%. Dezelfde €81.000 valt dan volledig in de lage schijf: €81.000 × 24,5% = €19.845. Netto: €61.155 — €791 meer, elk jaar opnieuw bij dit winstniveau, en het verschil groeit mee met de winst.
Aanpassing 2: de holding maakt van timing een instrument
Met een holdingstructuur keert de werkmaatschappij de €81.000 eerst belastingvrij uit aan de holding, dankzij de deelnemingsvrijstelling. Box 2 komt pas in beeld op het moment dat jíj vanuit de holding naar privé uitkeert — en dat moment kies je zelf. Wie jaarlijks precies €68.843 uitkeert, blijft elk jaar volledig in de 24,5%-schijf; wat in de holding achterblijft, groeit intussen door tegen het bedrijfstarief. Zo wordt dezelfde winst over meerdere jaren uitgesmeerd tegen het laagste tarief. De volledige afweging tussen nu uitkeren en laten staan rekent Dividend uitkeren berekenen voor.
De administratieve route in vier stappen
Elk dividend volgt dezelfde vaste route. Eén: het bestuur doet de balans- en uitkeringstest — kan de BV na de uitkering aan haar verplichtingen blijven voldoen? Twee: het uitkeringsbesluit wordt vastgelegd, met een dividendnota. Drie: de BV houdt 15% dividendbelasting in en draagt die binnen een maand af; in de casus is dat €12.150 op de €81.000. Vier: in je aangifte inkomstenbelasting verrekent die 15% volledig met de box 2-heffing — het is een voorschot, en het eindbedrag blijft exact de €20.636 uit de berekening. Alle details van de inhouding staan op Dividendbelasting 2026.
Dezelfde som bij andere bedragen
De methode is bij elk bedrag gelijk: winst × 0,81 (na 19% vpb, tot de schijfgrens) en daarna box 2 over het uitgekeerde deel. Een uitkering van €50.000 uit bestaande winstreserves valt volledig in de lage schijf: €50.000 × 24,5% = €12.250, netto €37.750. Een uitkering van €150.000 door één persoon: €68.843 à 24,5% plus €81.157 à 31% = €42.026, netto €107.974 — en met partner of spreiding over twee jaren daalt die heffing naar €36.750. Voor 2027 is de verwachting dat de tarieven gelijk blijven; de stand van de besluitvorming volgt op Box 2 in 2027.