De regel in één zin
Doen twee vennootschappen met dezelfde eigenaar zaken met elkaar, dan gebruiken ze de prijs die twee onafhankelijke partijen zouden afspreken. De wet noemt dat zakelijk handelen; in brieven van adviseurs en Belastingdienst kom je de internationale term tegen: het arm's length-beginsel.
Je kent de toets al van dichterbij: de managementfee tussen je holding en je werkmaatschappij moet ook marktconform zijn. Over de grens is het precies dezelfde vraag — met twee Belastingdiensten die meekijken in plaats van één.
Waarom de regel bestaat
Anders kon je winst verplaatsen naar het land met het laagste tarief, simpelweg door je eigen facturen te schrijven. Reken je je Duitse dochter €50.000 voor werk dat €200.000 waard is, dan schuif je €150.000 winst naar Duitsland. Beide landen passen daarom dezelfde regel toe — en een fout is dubbel duur: Nederland kan jouw winst verhogen terwijl Duitsland de zijne gewoon laat staan, zodat dezelfde €150.000 tijdelijk twee keer belast is.
Waar het allemaal voor geldt
Elke stroom binnen de groep: goederen die je aan je buitenlandse verkooporganisatie levert, diensten (management, administratie, marketing, techniek), leningen (rente zoals een bank die zou rekenen — de renteloze lening aan je eigen dochter is de meest gecorrigeerde post die er is), merk en technologie (een royalty voor naam, software of kennis), en garanties voor elkaars verplichtingen.
Zo vind je de juiste prijs
Vergelijk met echte deals. Verkoop je hetzelfde product aan onafhankelijke afnemers voor €80, dan is €80 je antwoord, gecorrigeerd voor echte verschillen in volume of voorwaarden. Dit is het sterkste bewijs dat bestaat.
Kosten plus marge. Gebruikelijk voor diensten: de werkelijke kosten plus de marge die een onafhankelijke dienstverlener zou maken. Voor routinematige ondersteuning is vijf tot tien procent op de kosten breed geaccepteerd.
Een deel van de wederverkoopprijs. Voor de dochter die inkoopt bij de groep en doorverkoopt: zij houdt een marge die past bij haar rol en risico, de rest stroomt terug omhoog.
De keuze volgt de werkelijkheid: wie doet het werk, wie draagt het risico, wie bezit waar de waarde vandaan komt. Dáár hoort de winst.
Rekenvoorbeeld
Jouw Nederlandse BV heeft de ontwikkelaars in dienst; jouw Duitse GmbH verkoopt de software aan Duitse klanten. Duitse omzet €1.000.000, Duitse kosten €200.000. De GmbH verkoopt en ondersteunt, maar het product en het risico zitten in Nederland. Een redelijke uitkomst: de GmbH houdt een verkoopmarge van circa vijf procent op haar omzet, de rest gaat als licentie naar Nederland. Zo blijft ruwweg €50.000 winst in Duitsland en stroomt €750.000 hierheen. Schrijf de reden op — ontwikkelaars hier, eigendom hier, risico hier — en je dossier staat in drie zinnen.
Wat je vastlegt
Elke BV die zakendoet met een groepsvennootschap houdt in de administratie bij hoe de prijzen tot stand kwamen — dat geldt op elke omvang, en voor een kleine groep volstaat een kort dossier: wie zit er in de groep, wat doet elke vennootschap, welke stromen lopen er, hoe is de prijs bepaald, en wat onderbouwt hem. Plus: de contracten tussen de vennootschappen op papier, getekend en gedateerd. Vanaf €50 miljoen groepsomzet gelden zwaardere, internationaal gestandaardiseerde dossiers.
Bij grote of bijzondere stromen kun je de methode vooraf afstemmen met de Belastingdienst — die zekerheid geldt dan voor meerdere jaren.
Waar de Belastingdienst op let
Vier klassiekers: de renteloze lening binnen de groep, de managementfee die elk jaar exact gelijk blijft ongeacht het werk, de vennootschap met weinig risico en veel winst, en de Nederlandse BV die jaar na jaar verlies draait terwijl de groep bloeit. Elk daarvan kán kloppen — en elk daarvan hoort dan uitgelegd op papier te staan vóórdat iemand ernaar vraagt.
Kort samengevat
Reken je eigen vennootschappen wat je een vreemde zou rekenen, laat de winst landen waar het werk en het risico zitten, en leg vast hoe je aan de prijs komt — in het jaar zelf. De verdragskant van dezelfde geldstromen staat in belastingverdragen uitgelegd; wat de winst bij thuiskomst doet in de deelnemingsvrijstelling over de grens.
De vervolgvraag
Wie hier klaar is, komt meestal uit bij Je BV verplaatsen naar het buitenland of bij De laagste vennootschapsbelasting van Europa (2026,.