Kant één: de eenmanszaak
Je jaarwinst (MRR min kosten, maal twaalf) is je inkomen. Daar gaan eerst de ondernemersaftrekken vanaf — €1.200 zelfstandigenaftrek, in startjaren €2.123 startersaftrek extra — en over het restant geldt de mkb-winstvrijstelling van 12,7%. Wat overblijft, valt in box 1: oplopend tot 49,5%, plus de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet van 4,85% tot het maximum. Bij bescheiden winst is de effectieve druk daardoor vriendelijk; bij hoge winst tikt het toptarief hard aan.
Kant twee: de bv
Eerst je loon: het gebruikelijk loon (norm €58.000 in 2026, onderbouwd lager in de groeifase), belast in box 1 zoals elk salaris. Over de winst dáárboven betaalt de bv 19% vpb tot €200.000. En dan de splitsing die alles bepaalt: laten staan (klaar — 19% en het geld werkt door, zie winst laten staan) of uitkeren (box 2 erbij: 24,5% tot €68.843, daarboven 31%).
Waarom het omslagpunt beweegt
Vergelijk je netto-privé met alles uitkeren, dan liggen beide routes lang dicht bij elkaar: de gecombineerde bv-druk (19% + box 2) en het box 1-traject ontlopen elkaar weinig, en de vaste bv-kosten drukken op kleine winsten. Vergelijk je mét oppotten — en tel je het groeigeld in de bv mee als waarde — dan opent zich vanaf zo’n €80.000 winst een structureel gat in het voordeel van de bv, dat elk jaar groter wordt. Precies daarom vraagt de calculator wat je privé nodig hebt: dat getal bépaalt jouw omslagpunt.
Wat de som bewust buiten beschouwing laat
Heffingskortingen, pensioenopbouw en persoonlijke aftrekposten verschuiven het beeld per situatie — meestal enkele duizenden euro’s, zelden de conclusie. En de factoren buiten de fiscaliteit wegen apart: aansprakelijkheid, verkoopbaarheid en structuur, uitgewerkt in eenmanszaak of bv. Wil je de som exact voor jouw cijfers, inclusief die randen? Dat is precies waarvoor je ons team laat meekijken.