Wat je in de overeenkomst vastlegt
Twee A4 is genoeg. Zet erin wat je in licentie geeft (code, merk, domeinen, data), aan wie en of het exclusief is. Noteer waarvoor de werkmaatschappij het mag gebruiken, welke vergoeding daarbij hoort en wanneer je die betaalt. Leg ook vast wie het product doorontwikkelt, wie eigenaar wordt van verbeteringen en hoe de licentie eindigt. Dat laatste is belangrijk bij een latere verkoop, omdat een koper de licentie wil overnemen of afkopen. Onderteken het contract met datum. Werk het bij als het product groeit.
De vergoeding: zakelijk en onderbouwd
Het uitgangspunt is wat een derde zou betalen. Voor software en merken is een royalty als percentage van de omzet gebruikelijk. Je onderbouwt de hoogte met de prijs van vergelijkbare licenties en met de marge die de werkmaatschappij overhoudt. Een licentie waardoor de werkmaatschappij structureel verlies maakt, is onzakelijk. Leg die redenering één keer goed vast en pas haar aan als de omzet flink verandert.
De fiscale gevolgen
De werkmaatschappij trekt de vergoeding af als kosten. De holding neemt de vergoeding op als winst en betaalt daar vennootschapsbelasting over. Dat is 19% tot €200.000 (2026). Bestaat er een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, dan worden de kosten en de winst met elkaar verrekend. Ook dan is het contract nuttig. Je houdt de aansprakelijkheid van de twee bv's gescheiden. Het contract is ook van kracht op de dag dat de fiscale eenheid eindigt, bijvoorbeeld bij een verkoop.
Wat er misgaat
Meestal ontbreekt het contract en dus ook het bewijs. Soms is de vergoeding nul. Dan ligt het eigendom economisch weer bij de werkmaatschappij. Soms is de royalty bedacht om winst te verschuiven. De Belastingdienst corrigeert dat, en dat geeft discussie. Handel bij elke afspraak zoals onafhankelijke partijen zouden doen. Meer over de opzet lees je in de solo-holding en software-IP in de holding.