De zeven vragen
1. Markt. EU-regels binden steeds meer rollen aan een EU-gevestigde entiteit: de importeur, de aangever voor de koolstofgrensheffing (CBAM), de operator onder de ontbossingsverordening (EUDR), de verantwoordelijke persoon voor productveiligheid (GPSR), betaallicenties. Wie aan Europa verkoopt, heeft die entiteit vroeg of laat sowieso.
2. De hele keten. Het nominale tarief misleidt: de echte som loopt van winst via vennootschapsbelasting, bronheffing bij vertrek en privéheffing bij aankomst. 9% kop met wrijving bij uitkeren kost al snel meer dan 19% met een schone holding erboven.
3. Verdragen. Belastingverdragen bepalen wat de grensovergang van dividenden, rente en royalty’s kost. Het Nederlandse net telt ongeveer honderd werkende verdragen.
4. Substance. Elke fiscus vraagt om echte aanwezigheid: leiding, beslissingen, activiteit. De vraag is waar substance praktisch op te bouwen is — en dat is thuis het makkelijkst.
5. Banken en alledag. Rekening, notaris, Belastingdienst: in Nederland loopt dat op afstand, in het Engels waar nodig, en voorspelbaar.
6. Tempo. Volledig op afstand oprichten, in één tot drie weken een KVK-nummer.
7. Exit. De verkoop wordt bij de oprichting ontworpen: een holding boven de werkmaatschappij, in een land waarvan de deelnemingsvrijstelling de verkoopopbrengst laat doorwerken. In Nederland: vanaf 5%, voor dividenden én verkoop.
De eerlijke kaart per profiel
| Profiel | Eerste keus | De adder |
|---|---|---|
| EU-klanten (goederen, software, diensten) | Nederland — één entiteit vult elke EU-rol | Ierland concurreert bij Amerikaanse tech-moeders |
| Alleen de VS-markt | Delaware — met de EU-entiteit op de dag van de eerste EU-omzet | 21% federaal plus staatsheffing |
| Azië-handel eerst | Singapore of Hongkong, EU-been apart | De EU-rollen blijven daar onvervuld |
| Alles herinvesteren, solo | Estland: 0% tot uitkering | Daarna 22%; bankieren op afstand blijft het zwakke punt |
| Zelf verhuizen | Cyprus (15% + non-dom) of Portugal (IFICI, 20% vlak) | De verhuizing moet echt zijn |
| Vermögen en exit | Nederlandse holding — deelnemingsvrijstelling vanaf 5% | Substance en timing verdienen ontwerp |
De DGA-route die de keten afmaakt
Voor de Nederlandse ondernemer eindigt de keten thuis, en daar zit de winst: een lager gebruikelijk loon in de groeifase, geregeld met de Belastingdienst, gecombineerd met lenen tot €500.000 uit de eigen BV, houdt jaarlijks circa €18.000–20.000 aan belasting en premies in het bedrijf werken. De volledige vergelijking per land: de mastertabel; de bewijzen: de rankings van 2026.
Frequently asked questions
Kan ik in Nederland oprichten terwijl ik elders woon?
Ja. De BV wordt volledig op afstand opgericht, met de notaris via videoverificatie, en een bestuurder mag overal wonen. Echte substance — leiding, beslissingen, activiteit — blijft de toets die elke fiscus aanlegt.
Welke van de zeven vragen weegt het zwaarst?
Voor de meeste bedrijven de markt: EU-regels binden import-, product- en licentierollen aan een EU-entiteit. Daarna de holdingvraag: waar dividenden en de latere verkoop landen.
Is een laag tarief genoeg als argument?
Het tarief is één van zeven vragen. Bronheffing bij vertrek en privéheffing bij aankomst herordenen de tabel; wat u overhoudt, beslist de keten — en daar telt de Nederlandse DGA-route met het lagere gebruikelijk loon en de €500.000-leenruimte volop mee.
Van kaart naar structuur.
Holdwise levert de schriftelijke structuuranalyse: uw cijfers, uw markten, één advies met bronnen en een verificatiedatum.
Vraag de schriftelijke analyseSources
- IMD World Competitiveness Ranking 2026 (juni 2026); EF English Proficiency Index 2025 (november 2025).
- PwC Worldwide Tax Summaries 2026; Tax Foundation 2026.
- Belastingdienst, vennootschapsbelasting en deelnemingsvrijstelling 2026.
- Rijksoverheid, verdragenoverzicht (juli 2026).
Last verified 13 August 2026. Tarieven en regimes volgen gepubliceerd recht op de verificatiedatum; een structuurkeuze verdient een schriftelijke analyse op uw eigen cijfers.